Internationaal Spelreglement Petanque Plus Pagina 1- 34 Versie 2.4 april 2016
INTERNATIONAAL SPELREGLEMENT PETANQUE
PLUS UITLEG & INTERPRETATIE
Vastgesteld door de reglementencommissie op 1 december 2010, inwerking tredend op 1 januari 2011.
Versie 1.0
Aangevuld met besluiten van de reglementencommissie
Versie 2.4 april 2016
VOORWOORD
Dit is de officiële Nederlandse vertaling van het Internationaal Spelreglement Petanque (ISP).
In lid 1 van artikel 63 van het huishoudelijk reglement wordt geregeld dat we in Nederland
niet werken met de officiële door de FIPJP vastgestelde Franstalige versie van het ISP, maar
met de door de reglementencommissie vertaalde versie ervan. Er wordt bij de vertaling naar
gestreefd om zo dicht mogelijk bij de Franse tekst te blijven. Slechts in enkele
gevallen wordt
daarvan afgeweken. Meestal betreft het regels die betrekking hebben op specifiek Nederlandse
situaties of specifiek Nederlandse problemen en oplossingen. Bijvoorbeeld met betrekking tot
de belijning van de
speelvelden, een afwijkende baangrootte, of de invallersregeling. De
toegestane afwijkingen vindt u in het toernooireglement van de Nederlandse Jeu de Boules
Bond (NJBB).
Er is een goede reden dat dit zo in onze statuten en ons huishoudelijk reglement is vastgelegd.
Het is een algemeen aanvaard principe dat regelgeving van overkoepelende internationale
organisaties in aangesloten landen pas ingaat nadat zij door de lokale autoriteiten is vertaald
en overgenomen. Dat vloeit voort uit de gedachte dat iedereen geacht wordt de regels te
kennen, maar dat niet van iedereen verwacht mag worden de vreemde taal beheersen waarin
die regels zijn opgesteld. Iedereen heeft, simpel gezegd, recht op regelgeving in het
Nederlands.
Als het congres van de FIPJP besluit het Internationaal Spelreglement Petanque te wijzigen
kunnen deze wijzigingen logischerwijze dan ook pas ingaan nadat zij vertaald zijn, en in het
Informatiebulletin gepubliceerd. Wijzigingen treden zoals alle andere besluiten in de NJBB
eerst twintig dagen ná publicatie in het Informatiebulletin in werking.
Wie het ISP doorleest wordt het al snel duidelijk dat het weinig systematisch is en veel
leemten kent. Dat betekent dat in de praktijk vaak situaties voorkomen die om een invulling
of interpretatie vragen. Als zich zo ’n situatie voordoet is de scheidsrechter de aangewezen
persoon om ter plekke een faire en onpartijdige beslissing
te nemen, gebaseerd op de
voorliggende situatie, zijn of haar kennis van de regels en de regeltoepassing, en met respect en
sportiviteit als belangrijk criterium.
In artikel 33 van de statuten van de NJBB wordt de reglementencommissie o.m. belast met het
interpreteren van het ISP, de toernooireglementen, en de bondsreglementen. Zij is statutair
zelfs als enige bevoegd om deze reglementen bindend te
interpreteren. Natuurlijk staat vast,
dat het ISP daarbij altijd leidraad en uitgangspunt is en blijft. Ook wordt gekeken naar
belangwekkende uitspraken van officials op Internationale Fora.
Tot nu toe reageerde de commissie meestal op vragen uit het veld. Het grootste deel van deze
vragen behelsde het uitleggen van de regels. Bij een kleiner deel (waar de
letterlijke tekst
van de regels geen uitsluitsel geeft) is sprake van een interpretatie. Uitspraken werden
gepubliceerd in de rubriek “Frequently Asked Questions” (FAQ’s) op de website van de NJBB.
De commissie denkt dat het duidelijker en handiger is om die uitspraken te publiceren in
directe samenhang met het artikel of de artikelen van het ISP waar de uitspraak betrekking
op heeft. Dat is ISPplus geworden. In de tekst blijft wel duidelijk herkenbaar wat tot de
officiële regels van het ISP behoort en wat tot de uitspraken van de commissie.
Internationaal Spelreglement Petanque Plus Pagina 2- 34 Versie 2.4 april 2016
Een voornaam doel hiervan is om scheidsrechters niet aan hun lot over te laten en om te voorkomen
dat scheidsrechterlijke beslissingen van elkaar gaan afwijken of misschien zelfs elkaar gaan
tegenspreken.
In de toekomst wil de commissie zich, in samenwerking met de toernooicommissie, actiever tot
scheidsrechters wenden en hen een platform bieden voor uitwisseling van ervaringen en
problemen. Het bindend karakter van de uitspraken maakt de commissie natuurlijk niet
onfeilbaar. Toepassing van regels en interpretaties zijn altijd voor discussie vatbaar. Alle
meningen en vragen zijn daarbij van harte welkom. Het is dan natuurlijk wel handig, dat er toch
één instantie is die een knoop doorhakt. Het gaat immers niet om ieders eigen gelijk, maar om
faire regels en een faire en uniforme regeltoepassing voor onze mooie sport.
De commissie hoopt met deze samenvoeging van het Internationaal Spelreglement Petanque
en haar eerdere uitspraken tot het ISPplus, door een betere toegankelijkheid, alvast een begin
mee te maken.
ALGEMEEN
Artikel 1 Equipes
Petanque is een sport waarbij partijen worden gespeeld tussen equipes van:
drie spelers en drie spelers (tripletten).
Ook zijn partijen mogelijk tussen:
twee spelers en twee spelers (doubletten); of
één speler en één speler (enkelspel).
Bij tripletten beschikt iedere speler over twee boules. Bij doubletten en enkelspel beschikt
iedere speler
over drie boules.
Een andere equipesamenstelling is niet toegestaan.
NB. Tijdens verenigingscompetities, zoals het nationaal
verenigingskampioenschap, en sextetten toernooien, en dergelijke lijkt er sprake
te zijn van een andere equipesamenstelling, maar in feite is er sprake van teams
welke bestaan uit meerdere equipes. Dat is derhalve geen afwijking van dit artikel.
Artikel 2 Goedgekeurde boules
Petanque wordt gespeeld met door de FIPJP goedgekeurde boules die:
1.
van metaal zijn;
2.
een diameter hebben van tenminste 7,05 en ten hoogste 8,00 cm;
3.
een gewicht hebben van tenminste 650 en ten hoogste 800 g; het handelsmerk van de
fabrikant en
het gewicht moeten in de boules zijn gegraveerd en altijd leesbaar zijn; bij
wedstrijden die uitsluitend
toegankelijk zijn voor jeugdspelers van 11 jaar of jonger zijn
boules van 600 g en 65 mm diameter
toegestaan, mits vervaardigd door een erkende
fabrikant;
4.
niet zijn gevuld met lood of zand; in algemene zin mogen zij geen enkele bewerking of
andere
opzettelijke verandering hebben ondergaan na de vervaardiging door een
erkende fabrikant
(zogenaamde getrukeerde boules); het is met name verboden de
boules opnieuw te verhitten (na te
gloeien) teneinde de door de fabrikant gegeven
hardheid te veranderen.
Internationaal Spelreglement Petanque Plus Pagina 3- 34 Versie 2.4 april 2016
Naam en voornaam van de speler, of zijn initialen, mogen echter in de boules worden
gegraveerd,
evenals diverse aanduidingen van de fabrikant, volgens de overeengekomen
specificaties van het
fabricageproces.
Artikel 2bis Ondeugdelijke boules
Een equipe waarvan een speler schuldig wordt bevonden aan het overtreden van de regels
van punt 4
van het vorige artikel, wordt onmiddellijk van het toernooi uitgesloten
(gediskwalificeerd).
Als een niet–getrukeerde, maar versleten of ondeugdelijk vervaardigde boule een controle
niet met succes doorstaat of niet voldoet aan de eisen 1, 2 of 3 van het voorgaande artikel,
moet de speler deze vervangen. Hij mag ook de hele set boules vervangen.
Een door spelers ingediend protest met betrekking tot de punten 1, 2 of 3 kan alleen vóór de
partij
worden ingediend. De spelers hebben er dus belang bij zich ervan te vergewissen dat
hun boules en die
van hun tegenstander aan de gestelde eisen voldoen.
Een protest met betrekking tot punt 4 kan gedurende de gehele partij worden ingediend, maar
alleen
tussen twee werpronden in. Als een dergelijk protest echter na de derde werpronde
wordt ingediend en
ongegrond blijkt, worden drie punten opgeteld bij de score van de
tegenstander.
De scheidsrechter of de jury mag te allen tijde de boules van een of meer spelers controleren.
Is het toegestaan te spelen met verschillende boules?
Ja, dit mag, mits de boules voldoen aan de eisen die in artikel 2 aan een boule
worden gesteld. De
boules hoeven dus niet even zwaar te zijn of dezelfde striage
(strepen) te hebben.
Let op: wanneer een partij eenmaal is begonnen, mag niet meer van boule(s)
worden gewisseld.
Iedereen speelt de partij uit met de boules waarmee hij/zij is
begonnen. De enige uitzondering
hierop is wanneer een boule breekt: dan mag
deze worden vervangen (zie art. 10 bis).
Mag ik mijn boules markeren met een stift of verven?
De reglementencommissie heeft hierover al vaak uitspraak gedaan. De strekking
van het antwoord is
in de loop der jaren niet veranderd. Het is niet toegestaan, en
wel hierom:
Aan boules mag, volgens artikel 2, niets worden veranderd. De
reglementencommissie is van mening
dat trucage méér kan inhouden dan alleen
maar thermische of mechanische bewerkingen van het
ijzer: ook verven valt
hieronder.
Het aanbrengen van een laag verf of inkt kan de eigenschappen van een boule
beïnvloeden.
Met name kan een boule hierdoor stroever worden.
Volgens artikel 23 dient een boule, alvorens deze wordt geworpen, te worden
ontdaan van
alles wat eraan kleeft. Dit betreft niet alleen modder en blaadjes,
maar ook verf, inkt en
dergelijke.
In het verleden werd verf nog wel misbruikt om boorgaatjes, gebruikt voor de
trucage van
boules, te maskeren. Voor de FIPJP was dat aanleiding om gebruik
van verf en dergelijke
nadrukkelijk te verbieden.
Internationaal Spelreglement Petanque Plus Pagina 4- 34 Versie 2.4 april 2016
Overigens gebeurt het een enkele keer, met name op grote toernooien, dat om
redenen van
publieksvriendelijkheid gekleurde boules door de organisatie
verplicht worden gesteld. Meestal
worden deze dan ook door die organisatie
verstrekt, juist om misbruik zoals boven beschreven te
voorkomen. Dit is formeel
nog altijd onjuist maar wordt, voor de promotie van de sport, gedoogd.
Ook bestaat er voor onderlinge wedstrijden en voor kleinere toernooien (categorie
3) geen overwegend bezwaar tegen het aanbrengen van een bescheiden
markering op boules (bijvoorbeeld met een markeringsstift enkele puntjes of een
streepje zetten, of een deel van de striage inkleuren), mits de eigenschappen van
de boule er niet door veranderen.
Mijn handen zijn te klein voor zelfs de kleinste maat boules. Ik ben
volwassen, maar mag ik
toch met junior boules spelen?
Nee, dit mag niet. Artikel 2 zegt dat junior boules alleen zijn toegestaan bij
wedstrijden die uitsluitend
toegankelijk zijn voor jeugdspelers van 11 jaar of
jonger. Zelfs voor junioren zijn ze dus niet
toegestaan op toernooien voor
volwassenen.
Mag ik de naam van mijn bedrijf op mijn boules laten graveren?
Uit artikel 2 volgt dat slechts naam en voornaam van de speler, of zijn initialen,
zijn toegestaan. Dit is de hoofdregel. Uit dit artikel volgt bovendien dat boules na
levering niet meer mogen worden veranderd. Dit houdt mede in dat graveringen
slechts af fabriek toegestaan zijn: zij dienen vóór levering door de fabrikant te zijn
aangebracht, en worden dan door hem op het garantiebewijs vermeld.
Hoe weet ik of mijn boules aan de officieel gestelde eisen voldoen?
Het ISP bevat een addendum met daarin de volledige lijst met de toegelaten typen
boules van alle
officiële fabrikanten. Met boules van andere fabrikanten, of met
boules van deze fabrikanten die niet
in deze lijst voorkomen, mag men niet spelen
op officiële toernooien en competities.
Deze lijst van toegestane boules wordt soms door de FIPJP aangepast. Op de
website van de FIPJP (http://fipjp.org/index.php/fr/reglements/label-boules-buts-
agrees)
is de meest recente versie van deze lijst vinden.
Artikel 3 Goedgekeurde buts
Buts zijn van hout of van kunststof. In het laatste geval dragen zij het handelsmerk van de
fabrikant en
heeft de FIPJP officieel erkend dat zij aan de overeengekomen specificaties van
het fabricageproces
voldoen.
Buts hebben een diameter van 30 mm. Een afwijking van ten hoogste + of – 1 mm is
toegestaan.
Geverfde buts, ongeacht de kleur, zijn toegestaan, maar mogen niet met een
magneet opgetild kunnen
worden.
De scheidsrechter keurde mijn but van het merk KTK af. Deze buts zouden
niet toegelaten zijn.
Is dit terecht?
Ja, dit is terecht en helemaal in overeenstemming met artikel 3. Buts van het merk
KTK komen niet
voor op de lijst van goedgekeurde buts.
Internationaal Spelreglement Petanque Plus Pagina 5- 34 Versie 2.4 april 2016
Hoe weet ik of mijn buts aan de officieel gestelde eisen voldoen?
In artikel 3 wordt verwezen naar een lijst van door de FIPJP goedgekeurde buts.
Deze is te vinden in
Appendix B van het Internationaal Spelreglement.
Dit artikel wordt in Appendix B nader uitgewerkt. Deze appendix is regelmatig aan
verandering onderhevig. Er
wordt zo nu en dan een merk but aan toegevoegd. Op
de site van de FIPJP is de meest recente
versie van deze lijst te vinden. Hierin staat
(in het Frans) welke boules en buts zijn toegestaan. De
NJBB publiceert de lijst als
er veranderingen zijn in haar Informatiebulletin. Dat zou bij iedere
vereniging
aanwezig moeten zijn.
Ik heb gehoord dat er „magnetische” butjes bestaan. Mag je die in een
officiële wedstrijd
gebruiken?
Er bestaan tegenwoordig inderdaad butjes die zijn gemaakt van een kunststof die
met een magneet
kunnen worden opgeraapt. Ze worden verkocht door OBUT, en
hun officiële naam is But Noir of Jack
Black (Zwart But). De reglementencommissie
spreekt overigens liever over buts gemaakt van een
ferromagnetische kunststof:
de butjes zijn zelf namelijk niet magnetisch.
In het appendix B staat welke butjes op officiële toernooien zijn toegestaan. Deze
tekst is in het
Engels of het Frans, maar vrij vertaald komt deze op het volgende
neer:
Toegestane buts zijn:
het Zwarte But met daarop in reliëf het kenmerk OBUT
buts in verschillende kleuren met daarop in reliëf het kenmerk OBUT
alle buts met daarop het kenmerk VMS
alle houten buts
en ze vanzelfsprekend voldoen aan de vereiste maatvoering.
Artikel 4 Licenties
Voor het begin van een toernooi moet iedere speler zijn licentie tonen aan de wedstrijdleiding.
Hij moet
deze ook tonen op verzoek van de scheidsrechter of van zijn tegenstander, tenzij
de licentie bij de
wedstrijdleiding berust.
SPEL EN BUT
Artikel 5 Speelvelden en reglementaire terreinen
Petanque kan op ieder terrein worden gespeeld. Een speelveld omvat een onbepaald aantal
terreinen die
zijn afgebakend met touwen waarvan de dikte niet van invloed mag zijn op het
spelverloop. Deze touwen,
die de verschillende terreinen afbakenen, zijn geen verlieslijnen,
uitgezonderd de lijnen aan de kopse
zijden en de lijn langs de buitenzijde van de buitenste
terreinen.
De wedstrijdleiding of de scheidsrechter kan de equipes echter een afgebakend terrein
toewijzen. In dat
geval moet dit terrein, voor het landelijke gedeelte van nationale
kampioenschappen en voor
internationale toernooien, tenminste 4 m breed en 15 m lang zijn.
Internationaal Spelreglement Petanque Plus Pagina 6- 34 Versie 2.4 april 2016
Voor andere toernooien kan de bond afwijkingen van deze afmetingen toestaan, tot een
minimum van 3
bij 12 m.
Als het terrein van een afzetting is voorzien, moet de afstand tussen deze afzetting en de
grens van niet–
toegestaan terrein (de uitlijn of verlieslijn) tenminste 1 m bedragen.
Een partij gaat tot en met 13 punten. In voorronden en cadrage partijen kan eventueel worden
gespeeld
tot en met 11 punten.
Er mogen bepaalde toernooien worden georganiseerd waarbij voor partijen een tijdslimiet
wordt gesteld.
Deze partijen moeten altijd worden gespeeld op afzonderlijke afgebakende
terreinen. In dit geval zijn alle
lijnen rondom een terrein verlieslijnen.
Kunnen spelers worden verplicht binnen te spelen op een toernooi dat was
aangekondigd als
een buitentoernooi, zelfs als beide equipes liever
buiten spelen?
Ja, dat kan. De scheidsrechter neemt in principe alle beslissingen tijdens een
toernooi, ter
bevordering van de veiligheid en het vlotte verloop van het toernooi
(artikel 36). Zijn beslissing is
bindend.
Als hij dat wenselijk acht (bijvoorbeeld als hij onzeker is over de te verwachten
weersomstandigheden of als hij
de mening van de spelers wil peilen), kan de
scheidsrechter besluiten de jury bijeen te roepen. Als hij
de jury daadwerkelijk
bijeenroept, en haar om een beslissing vraagt, is die beslissing bindend.
Waar moet de uitlijn worden gelegd?
De vraag waar een uitlijn gelegd moet worden is alleen relevant als er sprake is
van een “afzetting”. De Nederlandse tekst in artikel 5 luidt:
“Als het terrein van een afzetting is voorzien, moet de afstand tussen
deze afzetting en de grens van niet toegestaan terrein (de uitlijn of
verlieslijn) 1 meter bedragen.”
Dat is niet helemaal een letterlijke vertaling van de Franse tekst. Die luidt:
“Als het terrein van een afzetting is voorzien dient deze op tenminste 1
meter van de buitenlijn (de uitlijn) van het speelterrein te staan.”
In de Franse tekst wordt uitgegaan van een verplaatsbare afzetting meestal
bedoeld om publiek op afstand te houden. Als de afzetting te dicht op de baan
geplaatst wordt zouden spelers hinder van kunnen ondervinden van het publiek of
gehinderd kunnen worden in hun achter zwaai.
In Nederland hebben we veel vaker te maken met een situatie waarin het speelveld
omringd wordt door een opstaande rand bijvoorbeeld een trottoirband of een
opstaande houten plank. Die heeft onder meer dezelfde functie als een afzetting
nl het publiek buiten het speelveld houden, maar is bovendien bedoeld om het te
ver wegrollen van boules zo veel mogelijk te voorkomen.
Met betrekking tot de uitlijn moet die opstaande rand op overeenkomstige wijze
behandeld worden als een afzetting met dien verstande dat in Nederland de
afstand tussen de uitlijn en de opstaande rand op tenminste 30 cm bepaald wordt.
Een boule krijgt dan nog altijd de kans om „uit” te rollen.
Internationaal Spelreglement Petanque Plus Pagina 7- 34 Versie 2.4 april 2016
De scheidsrechter verklaart alle lijnen tot uitlijnen. Waarom eigenlijk?
Een verklaring hiervoor zou een praktische kunnen zijn. Ze berust waarschijnlijk
op de aanname dat
hiermee tijd wordt bespaard. Maar is dat wel zo? Door alle
lijnen tot uitlijnen (lees: “verlieslijnen”) te
verklaren wordt een werpronde eerder
ongeldig en zal er eerder sprake zijn van het noodzakelijk
overspelen van de
werpronde of het toekennen van punten omdat de tegenstander geen boules meer
heeft (artikel 13).
Als je gewoon de spelregels volgt, dan zouden de equipes een enkele keer moeten
wachten op de
partij die eventueel op het naast gelegen terrein wordt gespeeld
(zie artikel 12). Dit kost natuurlijk tijd,
maar niet noodzakelijk meer tijd dan het
opnieuw uitwerpen van het but of van de boules.
Afgezien van de twijfel over het praktische nut, moeten we vaststellen dat deze
uitsprak gewoon in
strijd is met de spelregels. Verlieslijnen zijn alleen de lijnen
aan de kopse kant van het terrein en de
buitenlijnen langs de buitenste terreinen
van het speelveld. De lijnen tussen twee parallel liggende
banen zijn
afbakeningslijnen. Gaat een boule of het but over een afbakeningslijn dan is deze
niet uit.
Dat is pas het geval als een boule of het but het direct naastgelegen
terrein volledig overschreden
heeft (dus twee terreinen verder terecht is
gekomen). Dan wordt die boule of het but ongeldig (of is
zoals we vaak zeggen
„uit”). Zie artikel 9 onder 4 (voor het but) en artikel 18, eerste alinea (voor de
boules.)
De enige uitzondering die op deze regel wordt gemaakt is wanneer er op tijd wordt
gespeeld (dit moet
speciaal in de toernooiaanvraag worden vermeld). In dat geval,
en alleen in dat geval, fungeren ook de
tussenlijnen als uitlijnen.
Is een lijn een obstakel?
Een speelveld heeft soms „achterlijnen” (aan de kopse kant van een speelveld),
„tussenlijnen” of “afbakeningslijnen”, en „zijlijnen”. Is zo'n lijn een obstakel?
Het ISP zegt hierover:
Een speelveld omvat een onbepaald aantal terreinen die zijn afgebakend
met touwen waarvan de dikte niet van invloed mag zijn op het
spelverloop.
En
Deze touwen, die de verschillende terreinen afbakenen, zijn geen
verlieslijnen, uitgezonderd de lijnen aan de kopse zijden en de lijn langs
de buitenzijde van de buitenste terreinen.
Het spelreglement kent dus twee soorten lijnen: “uitlijnen” of
“verlieslijnen” (in de tekening rood) enerzijds, en
“markeringslijnen” of “afbakeningslijnen” (in de tekening geel)
anderzijds. De eerstgenoemde bevinden zich aan de
buitenrand
of, als er meerdere terreinen in elkaars
verlengde liggen, aan
de kopse kant van een terrein (achterlijnen en zijlijnen).
Afbakeningslijnen bevinden zich tussen afzonderlijke terreinen.
Het begrip obstakel wordt in het ISP niet gedefinieerd. De
commissie verstaat onder een obstakel: elk natuurlijk of kunstmatig object, dat
de speler hindert in zijn worp of dat de vrije baan van een geworpen of geschoten
boule of but kan onderbreken. Zo is een boom, de overhangende tak van een
Internationaal Spelreglement Petanque Plus Pagina 8- 34 Versie 2.4 april 2016
boom, of een in de baan liggende grote steen een obstakel, evengoed als een
wand in de hal, een zuil op het terrein, en het dak van een hal.
Dat een lijn te dik is komt niet heel vaak voor. Veel vaker komt het voor dat lijnen
door oneffenheden in de baan zodanig boven het vloeroppervlak gespannen zijn
en zo het doorrollen van een boule verhinderen. Ze zijn in dat geval ook vaak een
aanleiding voor struikelpartijen. Noch het een, noch het ander is de bedoeling.
Mede daarom adviseert de commissie om geen afbakeningslijnen te leggen en
erop toe te zien dat uitlijnen (of waar van toepassing afbakeningslijnen) geen
obstakel worden (d.w.z. geen belemmering kunnen vormen voor het vrij uitrollen
van boules of zelfs een gevaar opleveren voor de spelers). Een stevige verankering
en regelmatig herstel van de banen en lijnen is daarvoor een vereiste!
In ons land worden steeds minder afbakeningslijnen meer gebruikt. Het gebeurt
soms wel dat er (om ruimte te winnen?) ook aan de zijkant van een speelveld in
een boulodrome geen (uit)lijn is gelegd. Als er geen lijn ligt (wat eigenlijk wel
moet), dan is er ook geen (denkbeeldige) lijn. Je mag dan ook niet doen alsof
bijvoorbeeld de muur of de opstaande rand een lijn is. Die muur of rand
(„afschotting") is deel van het speelveld en vormt gewoon een obstakel zoals
bijvoorbeeld buiten in een park bankjes, bomen, en dergelijke. Je mag in dat geval
dus ook „via de muur” spelen. Het idee om een boule die in zo’n geval de muur of
enig ander obstakel (bijvoorbeeld de afschotting) geraakt heeft uit te verklaren is
dus ook onjuist.
Artikel 6 Begin van het spel; de werpcirkel
De equipes tossen om te bepalen welke equipe het terrein kiest en het but als eerste uitwerpt.
Als de wedstrijdleider de equipes een terrein heeft toegewezen, moet het but op dit
toegewezen terrein
worden uitgeworpen. De equipes mogen niet zonder toestemming van de
scheidsrechter uitwijken naar
een ander terrein.
Een speler van de equipe die de toss heeft gewonnen, kiest de plaats waar wordt begonnen
en tekent of
plaatst op de grond een cirkel waar de voeten van elke speler geheel in passen.
De diameter van een
getekende werpcirkel bedraagt tenminste 35 en ten hoogste 50 cm. Als
gebruik wordt gemaakt van een
voorgefabriceerde cirkel moet deze vormvast zijn en een
binnendiameter van 50 cm hebben. Een
afwijking van ten hoogste + of – 2 mm is toegestaan.
De organisator beslist over het gebruik van voorgefabriceerde cirkels en dient deze alsdan ter
beschikking te stellen.
De werpcirkel geldt voor de drie opeenvolgende uitworpen waarop de equipe recht heeft, en
moet worden
geplaatst of getekend op tenminste één meter van enig obstakel en, bij niet-
afgebakende terreinen, op
tenminste twee meter van enige andere in gebruik zijnde
werpcirkel.
De equipe die het but gaat uitwerpen moet alle werpcirkels in de nabijheid van de te gebruiken
cirkel
uitwissen.
Het binnendeel van de werpcirkel mag geheel geëffend worden gedurende de werpronde, maar
moet aan
het eind daarvan in de oude staat worden hersteld.
De werpcirkel is geen “niet–toegestaan terrein”.
Tijdens het werpen van boules moeten de voeten van de speler binnen de cirkellijn blijven (zij
mogen
deze niet deels bedekken); zij mogen de werpcirkel niet verlaten of geheel van de
grond komen vóór de
geworpen boule de grond raakt. Geen ander lichaamsdeel mag de grond
buiten de werpcirkel raken.
Internationaal Spelreglement Petanque Plus Pagina 9- 34 Versie 2.4 april 2016
Bij wijze van uitzondering mogen zij die het gebruik van een been missen met slechts één
voet binnen de
werpcirkel plaatsnemen. Voor spelers in een rolstoel geldt dat tenminste één
wiel (aan de zijde van de
werp arm) zich binnen de werpcirkel moet bevinden.
Dat een speler het but uitwerpt betekent niet dat hij ook de eerste boule moet werpen.
Wanneer begint en eindigt een werpronde?
Dit kan worden afgeleid uit artikel 32: Een werpronde wordt geacht te zijn
begonnen zodra het but
geldig is uitgeworpen.
Een werpronde eindigt zodra het aantal punten is overeengekomen.
D
e werpronde
eindigt bovendien als het but ongeldig wordt (artikel 13).
Hoe ver van de uitlijn mag of moet ik de cirkel trekken?
Dit is nergens (meer) vastgelegd. Wat wél is vastgelegd is de afstand die u moet
bewaren tot elk obstakel één meter (1m) bedraagt (Artikel 6 5de alinea). De
afschotting (opstaande rand rond het speelveld) of de muur van een hal is zo’n
obstakel.
De uitlijn moet zich op tenminste 30 cm van de afschotting bevinden. Als de
minimale afstand van 30 cm is aangehouden, dan volgt hieruit dat de cirkel op
een afstand van tenminste 70 cm tot de uitlijn moet liggen. Maar is de afstand
tussen afschotting en uitlijn bijvoorbeeld 60 cm dan hoeft u nog slechts een
afstand van 40 cm tot de uitlijn aan te houden. Als er geen enkel obstakel is, of
het obstakel bevindt zich op meer dan 1m afstand, mag u de cirkel tegen de uitlijn
aanleggen.
Het criterium is de afschotting (het obstakel); de afstand tot de uitlijn doet er niet
toe, met dien verstande dat de cirkel natuurlijk niet buiten de lijnen mag liggen.
Mag ik een oude werpcirkel uitwissen?
Het ISP zegt daar in zijn algemeenheid niet veel over. Er staat alleen in artikel 6:
"De equipe die het but gaat uitwerpen moet alle werpcirkels in de nabijheid van
de te gebruiken werpcirkel uitwissen."
Er moet dus verder niets. Of het ook niet mag is een andere vraag.
Het basisprincipe is heel duidelijk: er mag gedurende een wedstrijd niets aan het
speelterrein veranderd worden (artikel 10).
Niettemin mag er reglementair wel hooguit één inslag van een eerder geworpen
boule worden dichtgemaakt en worden er in het reglement meerdere
uitzonderingen gemaakt zoals in artikel 6: onder meer "De binnenkant van de
werpcirkel mag geheel geëffend worden gedurende de werpronde, maar moet aan
het einde daarvan in de oude staat hersteld worden".
Welbeschouwd zijn het trekken van een cirkel in het terrein en het aanbrengen
van markeringen toegestane afwijkingen van de basisregel. In beide gevallen
wordt immers een opzettelijke een verandering op het terrein aangebracht.
Naar analogie vervolgens van de regel dat de binnenkant van een werpcirkel in de
oude staat hersteld moet worden, en dat je oude cirkels in de buurt van een nieuwe
cirkel moet verwijderen kun je afleiden dat je, als je in het terrein toegestane
Internationaal Spelreglement Petanque Plus Pagina 10- 34 Versie 2.4 april 2016
veranderingen aanbrengt, die naderhand ook weer mag verwijderen. Er is evenwel
buiten de al genoemde geen regel die het verplicht.
De reglementencommissie stelt daarom vast, dat in het terrein aangebrachte oude
cirkels en markeringen mogen worden verwijderd.
Moet een kunstbeen zich bij het werpen binnen de cirkel bevinden?
Artikel 6: “Tijdens het werpen van boules moeten de voeten van de speler binnen
de cirkellijn
blijven (…) “
De reglementencommissie is van mening dat een kunstbeen moet worden
beschouwd als een speciaal soort been, en als een integraal deel van het lichaam.
Dit is in de geest van het spel. Petanque gaat uit van twee voeten in de cirkel.
Daarop maak je alleen een uitzondering als het écht niet anders kan, zoals in het
geval van rolstoelen, die niet voor niets apart beschreven zijn.
Het niet kunnen buigen van de knie is geen argument om het plaatsen van het
kunstbeen buiten de cirkel toe te staan. Ook mensen met een echt been kunnen
vaak hun knie niet meer voldoende buigen. Zij krijgen evenmin toestemming hun
been buiten de cirkel te plaatsen.
Voor vergelijkbare probleem gevallen beveelt de commissie aan om vóór het begin
van de wedstrijd de scheidsrechter te raadplegen en gezamenlijk een oplossing te
vinden.
Mag ik tijdens een wedstrijd handschoenen dragen?
Bij tijd en wijle krijgt de reglementencommissie de vraag voorgelegd: “mag ik tijdens
het boulen (zonder medische noodzaak) handschoenen dragen?”. Al in 2001 antwoordde
de commissie eenvoudig: “tijdens een partij is het dragen van handschoenen
toegestaan”. Maar waarom eigenlijk?
Vaak kiezen de vragenstellers een alinea uit artikel 15 van het ISP als uitgangspunt:
De speler mag van geen enkel voorwerp gebruik maken noch een streepje op de grond
aanbrengen, om zijn boule te geleiden of de plaats te markeren waar hij zijn boule wil
laten neerkomen.
Dit artikel heeft niets met het dragen van handschoenen te maken. Het gaat er hier om
dat je geen hulpmiddelen mag gebruiken om aan te geven waar je je boule wilt laten
landen of in welke lijn je wilt gooien.
Over het dragen van handschoenen zegt het ISP niets. Het is dan ook niet
verboden. Dat is niet onlogisch omdat het dragen van handschoenen vrijwel altijd
meer nadelen dan voordelen oplevert. Mocht een scheidsrechter vaststellen dat
handschoenen worden gedragen om het werpen te vergemakkelijken dan wel om
een specifieke worp mogelijk te maken staat het hem altijd vrij het gebruik ervan
te verbieden.
Artikel 7 Voorgeschreven afstanden bij het uitwerpen van het but
Bij het uitwerpen van het but is het slechts geldig als:
1.
de afstand van het but tot de binnenrand van de werpcirkel voor junioren en senioren
tenminste 6 en
ten hoogste 10 m bedraagt; bij wedstrijden die zijn bedoeld voor jongeren
mogen kleinere afstanden
worden toegepast.
Internationaal Spelreglement Petanque Plus Pagina 11- 34 Versie 2.4 april 2016
2.
de afstand van de werpcirkel tot enig obstakel tenminste één meter bedraagt;
3.
de afstand van het but tot enig obstakel en tot de uitlijn tenminste één meter bedraagt;
en
4.
het but zichtbaar is voor een speler die geheel rechtop in de werpcirkel staat, met de
voeten zover
mogelijk van elkaar verwijderd; in geval van twijfel beslist de scheidsrechter
of het but zichtbaar is;
tegen zijn beslissing is geen beroep mogelijk.
In de volgende werpronde wordt het but uitgeworpen vanuit een werpcirkel die geplaatst of
getekend
wordt rond het punt waar het lag aan het einde van de vorige werpronde, behalve
als:
de werpcirkel zich op een afstand van minder dan één meter van enig obstakel zou
bevinden; of
het but niet op alle toegestane afstanden zou kunnen worden uitgeworpen.
In het eerste geval trekt de speler de werpcirkel op de kortst mogelijke toegestane afstand
van het
obstakel.
In het tweede geval mag de speler de positie van de werpcirkel achterwaarts verplaatsen in
het verlengde
van de lijn tussen de werpcirkel en de positie van het but in de voorgaande
werpronde, maar niet verder
dan tot hij het but op de maximaal toegestane werpafstand kan
uitwerpen. Dit mag alleen als het but in
geen enkele richting op de maximaal toegestane
werpafstand kan worden uitgeworpen.
Als na drie opeenvolgende pogingen door eenzelfde equipe het but nog altijd niet reglementair
is
uitgeworpen, gaat het over naar de tegenstander die eveneens drie pogingen mag doen,
en de werpcirkel
achterwaarts mag verplaatsen zoals in de vorige alinea is beschreven. In dit
geval mag de werpcirkel niet nogmaals worden verplaatst, zelfs niet als ook deze equipe niet
slaagt in haar drie pogingen.
De toegestane tijd voor het uitvoeren van deze drie worpen is ten hoogste 1 minuut.
In elk geval behoudt de equipe die het but na de eerste drie worpen moest afstaan, het recht
de eerste
boule te werpen.
Hoe ver moet het but bij uitwerpen van de lijn liggen?
Er moet onderscheid worden gemaakt tussen afbakenings- en verlieslijnen.
De basisregel is dat het but bij uitwerpen één meter van een uitlijn moet komen te
liggen. Dat geldt
niet voor afbakeningslijnen. In dat geval mag het but tot aan de
afbakeningslijn worden uitgeworpen.
Mag een but op 50cm van de uitlijn worden uitgeworpen?
Nee, dit moet 1 meter zijn.
Vaak wordt nog gedacht dat een but tenminste 50 centimeter van een uitlijn moet
liggen. Deze eigen
interpretatie van de regels, die door veel scheidsrechters en
clubbesturen werd toegepast in situaties
waarin op het speelterrein weinig ruimte
voorhanden was, mist elke grond in het spelreglement.
De inrichting van het speelterrein dient zodanig te zijn dat er voldoende ruimte is
voor het uitwerpen
van het but op de voorgeschreven wijze. Bij de aanvraag van
een toernooi kan de goedkeurende
instantie een maximum stellen aan het aantal
toe te laten equipes. Dat maximum dient zo te worden
gekozen dat er van
ruimtegebrek geen sprake kan zijn.
Internationaal Spelreglement Petanque Plus Pagina 12- 34 Versie 2.4 april 2016
Als ik het but uitwerp, hoe ver moet het dan liggen van butjes uit andere
partijen die nabij
worden gespeeld?
Helaas zegt het ISP hier niets over.
De reglementencommissie heeft in het verleden wel de suggestie gedaan om hierbij
twee meter te
hanteren, naar analogie met de twee meter die er tussen twee
cirkels moet worden aangehouden.
Helaas moet het hier bij een suggestie blijven:
de reglementencommissie heeft geoordeeld dat hier
geen sprake is van een
interpretatiekwestie en dat zij dus niet de bevoegdheid heeft om hierover een
bindende uitspraak te doen.
Overigens is in de praktijk niet alleen de afstand van belang. Als er een kleine hoek
is tussen de
richtingen vanuit de werpcirkel naar de beide buts liggen ze haast in
elkaars verlengde en bestaat het
gevaar dat spelhandelingen in de ene partij de
ligging van de boules en het but in de andere partij
kunnen verstoren. Ook daarom
is het af te raden „te dicht bij elkaar” te spelen.
Let op: Het dus niet toegestaan om een but dat dicht bij een but uit een andere
partij ligt opnieuw uit
te werpen. Het is dan verstandig om het but te markeren en
even te wachten tot in die andere partij de werpronde is
afgelopen.
Waar moet of mag ik, na de eerste werpronde, de cirkel trekken?
De equipe die aan de beurt is om uit te werpen trekt de cirkel in beginsel rond het
punt waar het but
het laatst geldig lag. Als de cirkel daar niet kan of mag worden
getrokken moet de equipe de cirkel
verplaatsen naar een wel mogelijke en
toegestane plaats die zo dicht mogelijk bij de voorgeschreven plaats ligt. Als de
equipe vanaf hier het but op tenminste zes meter kan uitwerpen is deze cirkel
bruikbaar. Als het onmogelijk is om het but ook op tien meter uit te werpen, mag
de equipe de cirkel
verplaatsen, in de richting die staat beschreven in het ISP. Dit
is echter niet verplicht.
Als de equipe besluit te cirkel inderdaad zo te verplaatsen, mag zij zover naar
achter gaan als nodig
is om het but op tien meter te kunnen uitwerpen. Minder
ver mag ook, maar niet verder. Zodra er tenminste één richting is waarin het but
op tien meter kan worden uitgeworpen, mag je de cirkel niet
verder verplaatsen.
Als de cirkel eenmaal getrokken is, heeft de equipe de gebruikelijke drie kansen
om het but op een
toegestane afstand uit te werpen. Lukt dit haar niet, dan is de
tegenstander aan de beurt. Deze mag,
voor hij gaat uitwerpen, de cirkel alsnog
terugtrekken of verder terugtrekken (tot dezelfde maximale
afstand). Doet de
equipe dit niet direct, dan kan de cirkel in deze werpronde niet meer worden
verplaatst, door geen van beide partijen.
De genoemde afstanden van 6 en 10 meter kunnen voor jeugdspelers anders zijn.
Waar trek ik de cirkel als het but zojuist is uitgeschoten?
Is dat op de plaats waar het but het laatst stil lag, zo dicht mogelijk bij de plaats
waar het but het
terrein heeft verlaten, of wordt de cirkel uit de vorige werpronde
gebruikt?
Vroeger was het laatste antwoord het juiste, vanwege een incorrecte vertaling van
het ISP. In die
vertaling was „la mène est nulle” (artikel 13, onder 1) onterecht
Internationaal Spelreglement Petanque Plus Pagina 13- 34 Versie 2.4 april 2016
vertaald als „de mène is ongeldig”.
Correct zou zijn geweest: „de mène is
onbeslist” (destijds spraken we nog niet van „werpronde”).
Omdat de werpronde
toen ongeldig werd verklaard, werd hij in zijn geheel opnieuw gespeeld, en
bleef
de cirkel dus op de oude plaats.
In de nieuwe vertaling geldt de werpronde wel degelijk als gespeeld, zij het
onbeslist. Dus wordt er
een nieuwe cirkel getrokken. Artikel 7 zegt dan onder meer:
“In de volgende werpronde wordt het but
uitgeworpen vanuit een werpcirkel die
geplaatst of getekend wordt rond het punt waar het lag aan het
einde van de vorige
werpronde, (…)”De cirkel wordt dus getrokken op de plaats waar het but lag
voordat het werd uitgeschoten. Het doet
er niet toe waar het zich het laatst (rollend
of vliegend) bevond of over de uitlijn ging.
Hoeveel tijd heb ik voor het uitwerpen van het but?
Artikel 7 behandelt eerst de drie worpen met het but waarop een equipe recht heeft,
en stelt dan: “De toegestane
tijd voor het uitvoeren van deze drie worpen is ten
hoogste 1 minuut”.
Er is verwarring mogelijk of deze ene minuut geldt voor elk van de worpen
afzonderlijk, of voor de drie
worpen gezamenlijk. In artikel 20 wordt dit in
nagenoeg dezelfde bewoordingen vastgelegd voor het
werpen van een boule:
“Zodra het but is uitgeworpen heeft een speler ten hoogste één minuut om zijn
boule te werpen. De tijd gaat in zodra het but of de laatst geworpen boule tot
stilstand is gekomen”.
De reglementencommissie stelt vast dat de minuut in artikel 7 bedoeld is voor de
drie worpen
gezamenlijk. Indien de drie worpen ongeldig zijn krijgt de andere partij
gelegenheid tot het uitgooien
van het but. De tijd gaat dan opnieuw in gerekend
vanaf het moment dat het foutief geworpen but stil
lag.
Natuurlijk moet elke regel in redelijkheid worden toegepast. Indien een
scheidsrechter een meting
moet doen omdat beide partijen het niet eens kunnen
worden schort dat de tijd voor de duur van de
meting op.
Artikel 8 Ongeldig uitwerpen van het but
Als het but bij het uitwerpen wordt tegengehouden door de scheidsrechter, een speler, een
toeschouwer,
een dier of enig bewegend voorwerp, is het ongeldig en moet het opnieuw
worden uitgeworpen; de
uitworp telt dan niet mee voor het aantal van drie waarop de equipe
recht heeft.
Na het uitwerpen van het but en van de eerste boule mag de tegenstander nog altijd de
geldigheid van de
ligging van het but betwisten. Als het bezwaar terecht blijkt, worden het
but en de boule opnieuw
gespeeld.
Om het but opnieuw te kunnen uitwerpen moeten beide equipes het erover eens zijn dat het
ongeldig lag,
of de scheidsrechter moet dat hebben beslist. Als een equipe in strijd hiermee
handelt, verliest zij het
recht het but uit te werpen.
Heeft ook de tegenstander een boule geworpen, dan wordt het but geacht geldig te liggen en
wordt er
geen protest tegen de ligging meer in overweging genomen.
Team A werpt het but uit. Vervolgens plaatst team A de eerste boule. De
boule raakt het but en verplaatst het naar een afstand van zeker meer
dan 10 m. Kan team B dan de ligging nog betwisten?
Internationaal Spelreglement Petanque Plus Pagina 14- 34 Versie 2.4 april 2016
Het lijkt duidelijk. In artikel 8 staat o.m.:
Na het uitwerpen van het but en van de eerste boule mag de tegenstander nog
altijd de geldigheid van de ligging van het but betwisten. Als het bezwaar terecht
blijkt, worden het but en de boule opnieuw gespeeld.
Heel vaak wordt dit artikel zo geïnterpreteerd, dat de tegenstander de positie van
het but mag nameten zoals het na verplaatsing ligt. “Een scheidsrechter die erbij
geroepen wordt kan immers ook niet anders dan de situatie beoordelen zoals die
nu is.”
Maar het is onjuist!
Voor het beantwoorden van de vraag of een but geldig is uitgeworpen, is de positie
van het but na een reglementaire verplaatsing volstrekt irrelevant. Voor de
geldigheid van het uitworp is alleen de ligging van het but vóór de verplaatsing
van belang. Als die niet gemarkeerd is kan team B wel het recht hebben om de
geldigheid van die ligging alsnog na te meten, maar dat is niet meer mogelijk. Met
andere woorden team B kan zijn recht niet meer uitoefenen.
Het spreekt vanzelf dat ook een scheidsrechter die erbij geroepen wordt, geen
mogelijkheid heeft om de geldigheid van de uitworp te beoordelen. Het gevolg
daarvan is dat alleen de vraag aan de orde is of het but in zijn huidige positie
geldig is (niet meer dan 20 m en niet geheel over een verlieslijn etc. [artikel9]).
Is dat het geval dan moet gewoon door gespeeld worden.
Dit onderschrijft nog eens het belang van het markeren van het but voordat men
een boule werpt. Een scheidsrechter die erbij geroepen wordt zou in dit geval een
waarschuwing voor spelbederf kunnen overwegen voor het niet markeren van het
but, eventueel zelfs aan beide partijen.
Artikel 9 Ongeldig worden van het but
Het but is ongeldig in de volgende zeven gevallen:
1.
als het tijdens een werpronde wordt verplaatst naar niet-toegestaan terrein, zelfs als het
daarna weer
op toegestaan terrein terugkomt (een but op de uitlijn is geldig; het is pas
ongeldig als het recht van
boven bezien de uitlijn geheel is gepasseerd); een plas water
waarin het but vrij drijft is niet–
toegestaan terrein;
2.
als het verplaatst is, en vanuit de werpcirkel niet meer zichtbaar is zoals in artikel 7 is
beschreven (als
het but achter een boule verscholen is, is het echter enkel op grond
daarvan niet ongeldig; de
scheidsrechter mag een boule tijdelijk wegnemen om na te gaan
of het but zichtbaar is);
3.
als het wordt verplaatst naar meer dan 20 m van de werpcirkel (voor senioren en junioren),
of naar
meer dan 15 m (voor jongeren), of naar minder dan 3 m;
4.
als bij afgebakende terreinen het but een onmiddellijk naastgelegen terrein geheel heeft
overschreden of de achterlijn passeert;
5.
als het verplaatst en zoek is en niet binnen vijf minuten wordt gevonden;
6.
als zich niet–toegestaan terrein bevindt tussen de werpcirkel en het but; of
7.
als bij partijen op tijd het but buiten het toegewezen terrein wordt verplaatst.
Internationaal Spelreglement Petanque Plus Pagina 15- 34 Versie 2.4 april 2016
Het but gaat over een afbakeningslijn. Blijft het dan geldig?
Als het but een afbakeningslijn passeert blijft het gewoon geldig. Het is verstandig
het but dan meteen
te markeren, omdat het in veel gevallen dicht bij boules van
een andere partij komt te liggen.
Als dat zo is moet u wachten tot in die andere partij de reeds begonnen werpronde
is afgemaakt
(artikel 12). Daarna krijgt u de gelegenheid uw werpronde af te
maken. Na de werpronde trekt u de
cirkel weer binnen de afbakeningslijnen van
het door u oorspronkelijk gebruikte gedeelte van het
terrein.
Er is één belangrijke uitzondering. Als er sprake is van een terrein met meerdere,
naast elkaar
gelegen, parallelle banen (wat in Nederland meestal het geval is),
dan wordt het but ongeldig zodra het de naastgelegen terrein geheel heeft
overschreden. Meestal zal er dan sprake zijn van het
overschrijden van een tweede
afbakeningslijn
Het but kan ook te ver van de werpcirkel terechtkomen (zie artikel 9, lid 3), en is
dan alsnog ongeldig.
De tweede lijn is uitlijn. Wat wordt hiermee bedoeld?
In de volksmond wordt nog wel eens gezegd dat de tweede lijn een uitlijn is, maar
dit is een onjuiste aanduiding, die bovendien verwarring oplevert. In artikel 9 van
het internationaal spelreglement petanque staat beschreven wanneer het but
ongeldig wordt. Eén van die gevallen is:
(4.) als bij afgebakende terreinen het but een onmiddellijk naastgelegen terrein
heeft overschreden of de achterlijn passeert.
Wat hier staat is dat het but uit is wanneer het over de achterlijn gaat (die lijn is
dus altijd een verlieslijn bij parallel liggende banen), en als het twee banen verder
terecht komt (het is de baan van de buren helemaal gepasseerd).
Dat tweede geval komt er in feite op neer dat het but twee lijnen is gepasseerd.
Waarom zeggen we dat dan niet zo? Dat is eenvoudig: door te spreken over het
passeren van twee lijnen ontstaat verwarring. Veel mensen denken daardoor dat
het but ook uit is als het een dubbele lijn heeft overschreden. Maar dit is dus niet
zo. Wie artikel 9 (en trouwens ook artikel 18, waar het gaat over boules) goed
leest begrijpt dat het gaat over het passeren van de naastgelegen baan, en dat
het aantal lijnen dat wordt overschreden slechts een ezelsbruggetje is om de regel
gemakkelijker te kunnen onthouden.
Artikel 10 Kleine obstakels
Het is de spelers verboden een klein obstakel dat zich op het terrein bevindt te verwijderen,
te
verplaatsen, in de grond te drukken of plat te stampen. De speler die het but gaat
uitwerpen, mag
niettemin de plek onderzoeken waar hij zijn boule wil laten neerkomen (de
donnee), door daar ten
hoogste drie keer met een van zijn boules op te kloppen. Bovendien
mag een speler van de equipe die
aan de beurt is, één inslag van een eerder gespeelde boule
dichtmaken.
Spelers die zich niet houden aan deze regels, riskeren de sancties genoemd in artikel 34.
Internationaal Spelreglement Petanque Plus Pagina 16- 34 Versie 2.4 april 2016
Mag ik tussen twee werprondes in gaten dicht maken?
In principe mag er, gedurende de gehele partij, niets aan het terrein worden
veranderd. Hierop zijn
enkele uitzonderingen. Dit zijn:
1. Iedere speler mag, voorafgaand aan het gooien van een boule, één inslag van
een eerder
geworpen boule dichtmaken (dit moet voorzichtig gebeuren, opdat
niet "per ongeluk" meerdere
zich dicht bij elkaar bevindende gaten tegelijk
worden dichtgemaakt)
2. Na het trekken van een cirkel is men verplicht om "oude" cirkels in de nabijheid
van de nieuwe
cirkel te verwijderen, om verwarring te voorkomen
3. Spelers mogen but en boules markeren.
Het is daarnaast toegestaan en ook verstandig om ook andere in de vorige
werpronde bewust
aangebrachte veranderingen van het terrein zoals de
werpcirkel of markeringen weer weg te halen
wanneer deze niet meer nodig zijn,
om verwarring later te voorkomen. Het doet er niet toe of er
sprake is van het
begin of einde van een werpronde: deze uitzonderingen op de hoofdregel gelden
altijd.
Door een schot komt een houtje in het veld terecht. Wat moeten we doen?
De oorspronkelijke vraag was wat er moet gebeuren als door een geschoten boule
een houtje (dat is
bedoeld voor het trekken van de cirkel en net buiten de lijnen
ligt) in het veld terechtkomt, misschien
wel vlak bij het but.
Een houtje of ander voorwerp, dat door welke oorzaak ook tijdens een werpronde
in het veld terecht
komt, moet worden verwijderd, en wel direct. Dat is in zekere
mate vergelijkbaar met het laten vallen
van bijvoorbeeld een puntenteller of een
meetlint. Die laat je het ook niet liggen, maar raap je direct
op.
Mag een speler die een boule gaat werpen de plaats van zijn donnee
onderzoeken en op welke wijze?
Deze vraag heeft betrekking op de inhoud van artikel 10. In dit artikel worden 4
punten geregeld:
1. Het is de spelers verboden een klein obstakel dat zich op het terrein bevindt te
verwijderen, te verplaatsen, in de grond te drukken of plat te stampen.
2. De speler die het but gaat uitwerpen, mag niettemin de plek onderzoeken waar
hij zijn boule wil laten neerkomen (de donnee), door daar ten hoogste drie keer
met een van zijn boules op te kloppen.
3. Bovendien mag een speler van de equipe die aan de beurt is, één inslag van
een eerder gespeelde boule dichtmaken.
4. Spelers die zich niet houden aan deze regels, riskeren de sancties genoemd in
artikel 34.
Punt 1 is volstrekt duidelijk. Er mag niets aan het terrein veranderd worden. Zelfs
de schijn van verandering wordt uitgesloten. Er zijn twee uitzonderingen: De
speler die het but gaat uitwerpen mag de plaats van zijn donnee onderzoeken door
3 keer op de grond te tikken, en een speler van de equipe die aan de beurt is mag
één eerder gemaakte inslag dichtmaken.
Internationaal Spelreglement Petanque Plus Pagina 17- 34 Versie 2.4 april 2016
In feite zijn er nog vier uitzonderingen:
1. Als er geen kunststof cirkels gebruikt worden moet je een cirkel trekken;
2. Je mag een of meer merktekens aanbrengen om een liggend but of boule, of
een eventuele kunststof cirkel te markeren;
3. Je mag een niet (meer) gebruikte cirkel of merkteken weer verwijderen.
4. Je moet het oppervlak van een gebruikte cirkel die je hebt schoongeveegd
herstellen.
Het onderzoeken van de plaats van de donnee is bovendien beperkt tot de speler
die het but uitgooit. Andere spelers hebben dat recht dus niet.
Wat je vervolgens nog al eens spelers ziet doen en wat zeker niet mag is met een
voet de plaats van je donnee schoon vegen en er voor de zekerheid nog maar
even met de voet op tikken. Dat is rechtstreeks in strijd met wat in het eerste punt
bepaald is. De speler, of een van zijn medespelers mag wel één inslag dichtmaken.
Maar, dan moet er a. natuurlijk wel een inslag zijn en b. niet meer doen dan
noodzakelijk is om het gat te dichten. Dus ook niet aanstampen!
Als laatste punt stelt de regelgever vast dat overtreding van deze regel zo ernstig
is, dat er direct een sanctie kan volgen.
Artikel 10bis Vervanging van but of boule
Het but of een boule mag tijdens een partij slechts in de volgende gevallen worden vervangen:
1. als het but of een boule zoek is en niet binnen vijf minuten wordt gevonden; of
2. als het but of een boule in stukken breekt: in dat geval bepaalt het grootste stuk de
ligging; als er in
de werpronde nog boules gespeeld moeten worden, wordt het but of
de boule — indien nodig na
meting — onmiddellijk vervangen door een but of een boule
van (ongeveer) dezelfde diameter; in de
volgende werpronde mag de betreffende speler
ook de hele set boules vervangen.
Artikel 11 Verborgen of verplaatst but
Als het but tijdens een werpronde onverwachts wordt bedekt door een boomblad of een
papiertje, wordt
dat verwijderd.
Als het but in beweging komt, bijvoorbeeld door de wind of de helling van het terrein, of per
ongeluk door
de scheidsrechter, een speler, een toeschouwer, een boule of een but uit een
andere partij, een dier of
enig bewegend voorwerp wordt verplaatst, wordt het teruggelegd
op zijn oorspronkelijke plaats, mits deze
was gemarkeerd.
Om onenigheid te voorkomen moeten spelers de plaats van het but markeren. Protesten met
betrekking
tot niet–gemarkeerde buts en boules worden niet in overweging genomen.
Wordt het but verplaatst door een boule uit dezelfde partij, dan blijft het geldig.
Wat moet ik doen als tijdens de werpronde bij het meten het but wordt
verplaatst?
In de tweede alinea van artikel 11 staat duidelijk beschreven wat er met een
bewogen but moet
gebeuren: als deze is gemarkeerd, dan wordt deze
teruggelegd.
Het terugleggen is - zelfs als de ligging van het but gemarkeerd was - niet altijd
Internationaal Spelreglement Petanque Plus Pagina 18- 34 Versie 2.4 april 2016
eenvoudig. Als het
om millimeters gaat is een markering meestal niet precies
genoeg. Men moet proberen in onderling
overleg en met sportiviteit een oplossing
te vinden.
Indien een but bij een meting wordt bewogen is er sprake van een bijzondere
situatie. Er was namelijk nog geen overeenstemming over de „waarde” van de te
meten boules (beter of slechter dan een boule van de tegenstander). Artikel 27
bepaalt dat de boule van degene die de meetfout heeft
gemaakt per definitie
slechter ligt dan de andere te meten of gemeten boule, ongeacht de werkelijke
ligging voorafgaand aan het bewegen. Als de werpronde nog niet is afgelopen, is
het dan ook aan te
bevelen de but terug te leggen in een zodanige positie dat de
boule van degene die de meetfout
maakt inderdaad nét niet op punt ligt ten
opzichte van de andere gemeten boule, zodat de positie van
de boules ten opzicht
van de but overeenkomt met de nu geldige „volgorde”.
Wat voor gevolgen dit heeft met betrekking tot het spelverloop is bij het
terugleggen nog niet van
belang. Dit wordt dan ook niet hier geregeld, maar in
artikel 15. Als het er bij de meting om gaat te
bepalen wie er als 2e of 3e ligt, is
de situatie immers volstrekt anders dan wanneer gemeten moet
worden wie op
punt ligt.
Artikel 12 But in ander spel
Als het but tijdens een werpronde naar een ander terrein wordt verplaatst (al dan niet
afgebakend), blijft
het geldig, tenzij artikel 9 van toepassing is.
Als het but terechtkomt op een terrein waar een andere partij gespeeld wordt, wachten de
spelers die met
het verplaatste but spelen indien nodig tot de spelers van de andere partij
hún werpronde hebben
beëindigd, en maken daarna hun eigen werpronde af.
Alle betrokken spelers dienen geduld en hoffelijkheid te betrachten.
De equipes spelen de volgende werpronde op het aanvankelijk gebruikte terrein en het but
wordt
uitgeworpen vanaf het punt vanwaar het verplaatst werd, overeenkomstig de
voorwaarden uit artikel 7.
Artikel 13 Puntentelling bij ongeldig geworden but
Als het but tijdens een werpronde ongeldig wordt, kunnen zich de volgende drie gevallen
voordoen:
1.
beide equipes hebben nog boules te spelen: de werpronde eindigt onbeslist;
2.
slechts één equipe heeft nog boules te spelen: deze equipe krijgt zoveel punten als zij nog
boules te
spelen heeft; en
3.
geen van beide equipes heeft nog boules te spelen: de werpronde eindigt onbeslist.
Artikel 14 Tegengehouden but
1.
Als het but, na te zijn weggeschoten, door een toeschouwer of de scheidsrechter wordt
tegengehouden of van richting veranderd, blijft het liggen waar het tot stilstand komt.
2.
Als het but, na te zijn weggeschoten, door een speler die zich bevindt op toegestaan
terrein wordt
tegengehouden of van richting veranderd, heeft zijn tegenstander de
keuze uit:
Internationaal Spelreglement Petanque Plus Pagina 19- 34 Versie 2.4 april 2016
a.
het but te laten liggen op zijn nieuwe plaats;
b.
het but terug te leggen op zijn oorspronkelijke plaats; en
c.
het but neer te leggen in het verlengde van de lijn van zijn oorspronkelijke naar zijn
nieuwe
plaats, op ten hoogste 20 m afstand van de cirkel (15 m voor jongeren), en
zo dat het zichtbaar
is.
Om b. of c. te kunnen kiezen moet de plaats van het but tevoren gemarkeerd zijn
geweest. Als dat
niet het geval is, blijft het but liggen op zijn nieuwe plaats.
3.
Als het but wordt weggeschoten, op niet–toegestaan terrein terechtkomt, en weer op
het terrein
terugkomt, wordt het als ongeldig beschouwd en worden de regels van
artikel 13 toegepast.
Moet een but altijd gemarkeerd zijn om het te mogen terugleggen?
Nee, niet altijd. Of dit moet, dan wel mag, is afhankelijk van de reden waarom het
but teruggelegd
wordt. Er zijn verschillende artikelen in het ISP waarin sprake is
van het terugleggen van het but of
van boules. Deze worden hieronder behandeld:
Artikel 11 gaat over alle van buiten komend onheil. Een volgens dit artikel
verplaatst but moet dus
worden teruggelegd, maar alleen als het was gemarkeerd.
Zo niet, dan blijft het op de nieuwe plaats
liggen.
Artikel 14 gaat over buts die door een speler worden tegengehouden. Een volgens
dit artikel
tegengehouden but mag dus door zijn tegenstander eventueel worden
teruggelegd, maar alleen als
het was gemarkeerd. Zo niet, dan blijft het op de
nieuwe plaats liggen.
Artikel 18 regelt de situatie waarin een ongeldig geworden boule in het speelveld
terugspringt. Het
gaat hier zowel om het but als om de boules. Alles wat na het
ongeldig worden van een boule
verplaatst wordt moet worden teruggeplaatst. Pas
op, dat geldt dus niet voor een boule of but dat
verplaatst werd voordat de boule
ongeldig werd.
Artikel 21 is vergelijkbaar met artikel 11 alleen handelt het hier over boules. Als
een boule wordt
verplaatst door van buiten komend onheil, moet die worden terug
gelegd. Er is alleen een
aanbeveling de boules te markeren.
Artikel 22 gaat over specifieke strafwaardige acties van spelers. Een volgens dit
artikel verplaatst but
(of boule) moet dus altijd, zo nauwkeurig mogelijk, op zijn
plaats worden teruggelegd, ongeacht of
deze was gemarkeerd. Dit kan worden
gezien als een extra straf (die verder bestaat uit het ongeldig
verklaren van de
gespeelde boule).
Artikel 23 ten slotte gaat over andere onreglementaire acties van spelers. Een
volgens dit artikel
verplaatst but (of boule) mag dus worden teruggelegd, maar
alleen als het was gemarkeerd. Zo niet, dan blijft het op de nieuwe plaats liggen.
Samengevat voor zowel but als boule:
Art.
Situatie
Gemarkeerd
Niet gemarkeerd
11
But verplaatst
Terugleggen verplicht
Terugleggen verboden
14
But tegengehouden
Terugleggen toegestaan
Terugleggen verboden
22
But verplaatst door andermans boule
Terugleggen verplicht
Terugleggen verplicht
Internationaal Spelreglement Petanque Plus Pagina 20- 34 Versie 2.4 april 2016
23
But verplaatst door onreglementaire boule
Terugleggen toegestaan
Terugleggen verboden
18
Boule verplaatst door ongeldige boule
Terugleggen verplicht
Terugleggen verplicht
21
Boule verplaatst door andere oorzaak
Terugleggen verplicht
Terugleggen verplicht
22
Boule verplaatst door andermans boule
Terugleggen verplicht
Terugleggen verplicht
23
Boule verplaatst door onreglementaire boule
Terugleggen toegestaan
Terugleggen verboden
Zoals men kan zien zijn de regels onduidelijk, en niet bepaald consequent.
Niettemin heeft de
reglementencommissie bepaald dat zij zoals hierboven
weergegeven moeten worden toegepast. Zij
heeft hier gekozen voor een letterlijke
lezing van het ISP.
Boules
Artikel 15 Werpen van boules
De eerste boule van een werpronde wordt geworpen door een speler van de equipe die de toss
heeft
gewonnen of als laatste punten heeft behaald. Daarna werpt steeds de equipe die niet
op punt ligt.
De speler mag van geen enkel voorwerp gebruik maken noch een streepje op de grond
aanbrengen, om
zijn boule te geleiden of de plaats te markeren waar hij zijn boule wil laten
neerkomen. Wanneer hij zijn
laatste boule werpt, mag hij in zijn andere hand geen extra boule
houden.
Boules moeten een voor een geworpen worden.
Eenmaal geworpen boules mogen niet opnieuw worden geworpen. Boules moeten echter
opnieuw
worden geworpen als zij onderweg van de werpcirkel naar het but zijn tegengehouden
of uit hun koers
zijn geraakt door een boule of een but uit een andere partij, door een dier,
door enig bewegend voorwerp,
en in het geval genoemd in de tweede alinea van artikel 8.
Het is verboden de boules of het but te bevochtigen.
Een speler moet, vóór hij een boule werpt, deze ontdoen van elke eraan klevende substantie.
Een speler
die zich niet aan deze regel houdt, riskeert de sancties genoemd in artikel 34.
Als de eerste boule op niet-toegestaan terrein terechtkomt, moet de tegenstander zijn eerste
boule
spelen; daarna spelen beiden om de beurt, zolang er geen boule op toegestaan terrein
ligt.
Als er als direct of indirect gevolg van schieten geen enkele boule meer op toegestaan terrein
ligt, gelden
de regels van artikel 28.
Hoe gooi ik een boule? Welke techniek mag ik gebruiken?
Het enige werp technische voorschrift in de reglementen handelt over de positie
van de voeten
gedurende het werpen (artikel 6). Ook artikel 15 is in deze context
lezenswaardig. Verder zijn er geen
regels die voorschrijven hoe u uw boule moet
gooien.
Nadat het but is uitgeworpen, gaat van beide equipes de eerst geworpen
boule uit. Wie moet
nu gooien?
Internationaal Spelreglement Petanque Plus Pagina 21- 34 Versie 2.4 april 2016
Het antwoord op deze vraag is letterlijk te vinden in artikel 15, 7de alinea:
“Als de eerste boule op niet-toegestaan terrein terecht komt, moet de tegenstander
zijn eerste boule
spelen; daarna spelen beiden om de beurt, zolang er geen boule
op toegestaan terrein ligt”.
De equipe die het but had uitgeworpen is dus weer aan de beurt.
En wat als de eerste boule wordt uitgeschoten?
Een verwant probleem is het geval waarbij de eerste boule wél „in” blijft, maar met
de tweede boule
wordt uitgeschoten, waarbij de 2de boule ook uit gaat. Dit geval
wordt beschreven in artikel 15 in de
8ste alinea, die luidt:
“Als er als direct of indirect gevolg van schieten geen enkele boule meer op
toegestaan terrein ligt,
gelden de regels van artikel 28.”
Artikel 28 behelst dat bij het gelijk liggen van boules de equipe die de laatste boule
heeft gegooid
eerst nog een keer moet gooien, en vervolgens beide equipes om-
en-om totdat een boule op punt
ligt. Dit geval wordt vaak samengevat met „de
boule is niet verbeterd”.
Artikel 16 Gedrag van spelers en toeschouwers
Gedurende de tijd die een speler reglementair ter beschikking staat om zijn boule te werpen,
moeten de
toeschouwers en andere spelers stil zijn.
De tegenstanders mogen niet lopen, gebaren, of iets anders doen dat de speler af zou kunnen
leiden.
Alleen zijn medespelers mogen zich tussen de werpcirkel en het but bevinden.
De tegenstanders moeten zich voorbij het but of achter de speler bevinden, in beide gevallen
zijwaarts
van de speelrichting, en bovendien op tenminste 2 m afstand van but en speler.
Spelers die zich niet houden aan deze regels kunnen worden gediskwalificeerd als zij, na een
officiële
waarschuwing van de scheidsrechter, volharden in hun gedrag.
Waar mag je als spelers staan?
Zoals beschreven in de derde alinea mogen de tegenstanders niet zomaar overal
Internationaal Spelreglement Petanque Plus Pagina 22- 34 Versie 2.4 april 2016
staan. Waar wel
wordt duidelijk aan de hand van het
onderstaande plaatje.
Aan de onderkant is de (oranje) werpcirkel getekend;
bovenaan ligt het
(oranje) but. Tussen cirkel en but is een
lijn getrokken; deze geeft de
speelrichting aan.
De tegenstanders moeten zich voorbij het but of achter de
speler
bevinden. Dus de hele ruimte tussen de twee
verticale lijnen is verboden
gebied.
Ze moeten een afstand van tenminste twee meter tot but
en speler in acht
nemen. Dus binnen de cirkels mogen zij
ook niet staan.
Ten slotte, en die regel staat het minst duidelijk in de
spelregels, moeten
zij zijwaarts staan van de speelrichting.
Ze moeten dus enige afstand
bewaren tot de middelste
horizontale lijn. Welke afstand precies staat niet
in artikel
16; de reglementencommissie adviseert scheidsrechters
om hier
één meter aan te houden.
De vier groen gearceerde gebieden zijn dus eigenlijk de
enige plaatsen waar je
mag staan als je tegenstander een
boule gaat gooien. Andere plaatsen zijn
niet toegestaan,
zelfs niet als je buiten het speelveld gaat staan.
Ten slotte nog het volgende: als je tegenstander er geen
probleem mee heeft,
mag je in principe overal staan.
Bovendien is er soms geen mogelijkheid om
op een
toegestane plaats te gaan staan, gezien de wijze waarop
(binnen)banen soms zijn aangelegd. Als dit het geval is, zou de scheidsrechter
hierover vóór aanvang van het toernooi een opmerking kunnen plaatsen.
Voor medespelers bestaan geen regels. Medespelers mogen dus in principe overal
staan.
Artikel 17 Oefenen; boules die het afgebakende terrein verlaten
Tijdens een partij mag niet worden geoefend. Een speler die zich niet aan deze regel houdt,
riskeert de
sancties genoemd in artikel 34.
Boules die tijdens de werpronde het afgebakende terrein verlaten, blijven geldig (tenzij
artikel 18 van toepassing is).
Is oefenen op een naastgelegen terrein toegestaan?
Artikel 17 maakt duidelijk dat dit geldt voor spelers die met een partij bezig zijn.
De regel is niet
bedoeld voor spelers die zijn uitgespeeld en tussen twee partijen
willen oefenen. Als dat bedoeld was
zou in de tweede zin niet worden gesproken
over een speler, maar over een deelnemer aan het
toernooi.
Op dezelfde wijze moet artikel 16 worden gelezen. Met “andere spelers” worden de
spelers die bij
dezelfde partij betrokken zijn bedoeld als de speler die zijn boule
gaat werpen.
Het is dus voor deelnemers aan het toernooi niet verboden om op een naastgelegen
Internationaal Spelreglement Petanque Plus Pagina 23- 34 Versie 2.4 april 2016
terrein te
oefenen. Uitgangspunt van artikel 16 is echter wel dat een speler die een
boule gaat werpen niet mag
worden afgeleid. Het zou dan raar zijn dit wel van
toeschouwers en medespelers te verlangen en niet
van deelnemers aan een
toernooi die op dat moment niet met een partij bezig zijn. Van deze
personen mag
in ieder geval worden verlangd dat zij rekening houden met de lopende partij.
Wanneer men wil oefenen, doe dit dan zodanig dat anderen daar geen last van
hebben. Oefenen
heeft immers vaak een heel ander ritme dan het spelen van een
partij.
Natuurlijk kan de organisator van een toernooi, de wedstrijdleider of de
scheidsrechter altijd
verordonneren dat het oefenen van tireren niet mag, of op
een ander aangewezen terrein of
speelveld moet gebeuren, dit komt vaak de sfeer
ten goede.
Wanneer een speler zich tijdens een partij gehinderd voelt door het oefenen op een
naastgelegen
terrein, zou die kunnen beginnen met de tireur gewoon netjes te
vragen ermee op te houden. Vaak
heeft deze niet in de gaten dat iemand anders
er last van heeft en houdt hij er direct mee op. Niet op
grond van een regel, maar
uit respect voor degenen die nog aan het spelen zijn. En als zo iemand er
dan toch
mee doorgaat, dán zou men de scheidsrechter kunnen roepen. Deze mag de tireur
verplichten ermee op te houden, als hij ook vindt dat het erg hinderlijk is. Maar
niet omdat het
verboden zou zijn!
Artikel 18 Ongeldig geworden boules
Een boule is ongeldig zodra hij op niet–toegestaan terrein terechtkomt. Een boule op de uitlijn
is geldig.
De boule is pas ongeldig als hij de uitlijn geheel is gepasseerd, dat wil zeggen als
hij, recht van boven
bezien, geheel voorbij de uitlijn ligt. Dit geldt evenzo als bij afgebakende
terreinen de boule een
onmiddellijk naastgelegen terrein geheel heeft overschreden.
Als de boule vervolgens op het terrein terugkomt, hetzij vanwege de helling van het terrein,
hetzij na
contact met een bewegend of stilstaand voorwerp, wordt hij meteen uit het spel
genomen, en alles wat hij
na het overschrijden van de uitlijn heeft verplaatst wordt op zijn
oorspronkelijke plaats teruggelegd.
Een ongeldige boule moet meteen worden opgeraapt en voor de betreffende werpronde uit het
spel
worden genomen. Als dat niet gebeurt, wordt hij automatisch geldig zodra de tegenpartij
een boule
gespeeld heeft.
Een boule komt terug van niet-toegestaan terrein. Hoe gaan we hier mee
om?
Het lijkt alsof er in de derde alinea van artikel 18 een tegenspraak staat.
Stel: er wordt getireerd, de boule komt tegen de achterbalk, en komt vervolgens
terug het veld in. De
boule moet nu meteen worden opgeraapt en uit het spel
worden genomen. Niettemin is het blijkens
de daaropvolgende zin mogelijk dat
hij niet uit het spel wordt genomen.
De reglementencommissie interpreteert artikel 18 als volgt:
Meteen betekent ook meteen. Als de ongeldige boule zou blijven liggen vormt deze
een obstakel in
het veld dat weer van invloed kan zijn op het resultaat van de
volgende worp. Niemand kan dus
claimen dat de boule nog wel even mag blijven
liggen. De tireur kan wel een voorkeur hebben, maar
heeft absoluut geen recht!
Internationaal Spelreglement Petanque Plus Pagina 24- 34 Versie 2.4 april 2016
Niettemin zou het kunnen voorkomen dat de boule om enige reden niet tijdig kan
worden
weggenomen, bijvoorbeeld omdat de tireur direct nog een keer schiet. In
dat geval kan de boule later
alsnog uit het veld worden genomen. Maar deze laatste
mogelijkheid is niet onbeperkt: als de
tegenstander een volgende boule speelt
wordt de „ongeldige” boule weer geldig.
Is een boule die tegen de zijwand of een staander van een hal wordt
gespeeld nog geldig?
De organisator heeft in dezen een keuze: hij moet kiezen of het toegestaan terrein
aan de zijkant
begrensd is of niet.
Als hij ervoor kiest het terrein te begrenzen door vóór de zijwand een uitlijn te
leggen (artikel 5,
minstens 30 cm voor het verst uitstekende punt). In dat geval
is een boule die de zijwand raakt
ongeldig.
Als hij ervoor kiest om het terrein aan de zijkant niet te begrenzen, legt hij geen
uitlijn, en is het de
spelers toegestaan om via de zijwand te spelen.
Voor staanders geldt precies hetzelfde De organisator kan ervoor kiezen deze tot
niet–toegestaan
terrein verklaren door een uitlijn te leggen. In dat geval is een
boule die de zijwand raakt ongeldig. Zo
niet, dan kan via de staander gespeeld
worden.
Het verdient volgens de reglementencommissie de voorkeur om de staanders
gewoon deel van het
spel te laten uitmaken door er geen belijning omheen aan te
brengen. Hiervoor geldt, net als voor de
zijwand uit de vorige alinea, dat een boule
ze gewoon mag raken zonder ongeldig te worden.
Huisregels van verenigingen die stellen dat het „raken” van bepaalde obstakels een
boule ongeldig
maakt, zijn onjuist en leiden tot onnodige discussies en spelbederf.
Merk ten slotte op dat de scheidsrechter te allen tijde het recht heeft de beslissing
van de organisator
terug te draaien, en hem te manen de benodigde belijning
alsnog weg te halen dan wel aan te
brengen. Reden hiervoor kan bijvoorbeeld zijn
dat hij de keuze van de organisator onveilig acht.
Is het dak van onze hal een obstakel?
Bij een poging om het but (in een hal) uit te schieten gaat dit, binnen de uitlijnen,
tegen het plafond en
komt terug in het speelveld. De tegenstander zegt dat het
but hiermee ongeldig is geworden. Is dat
ook zo?
Nee!
Het dak moet worden beschouwd als een „gewoon” obstakel, net als bijvoorbeeld
een tak van een
boom. Het is dan ook zelfs toegestaan om het dak te gebruiken,
tenzij de plaats waar het dak wordt
geraakt slechts bereikt kan worden na een
overschrijding (door de lucht) van een uitlijn.
Artikel 19 Tegengehouden boules
Als een boule na het werpen wordt tegengehouden of van richting veranderd door een
toeschouwer of
door de scheidsrechter, blijft hij liggen op zijn nieuwe plaats.
Als een boule na het werpen wordt tegengehouden of onopzettelijk van richting veranderd
door een
speler van de equipe waartoe deze boule behoort, is hij ongeldig.
Internationaal Spelreglement Petanque Plus Pagina 25- 34 Versie 2.4 april 2016
Als een geplaatste (gepointeerde) boule wordt tegengehouden of onopzettelijk van richting
veranderd
door een tegenstander, beslist de speler de boule opnieuw te werpen of hem te
laten liggen op zijn
nieuwe plaats.
Als een geschoten (getireerde) of weggeschoten boule wordt tegengehouden of onopzettelijk
van richting
veranderd door een speler, mag zijn tegenstander beslissen:
1.
de boule te laten liggen op zijn nieuwe plaats; of
2.
de boule neer te leggen in het verlengde van de lijn van zijn oorspronkelijke plaats naar
de plek waar
hij tot stilstand is gekomen, maar uitsluitend op toegestaan terrein en op
voorwaarde dat zijn
oorspronkelijke plaats was gemarkeerd.
Een speler die een bewegende boule met opzet tegenhoudt, wordt onmiddellijk uitgesloten
van de rest van de partij, en met hem zijn equipe.
Artikel 20 Toegestane speeltijd
Zodra het but is uitgeworpen heeft een speler ten hoogste één minuut om zijn boule te werpen.
De tijd
gaat in zodra het but of de laatst geworpen boule tot stilstand is gekomen, dan wel
zodra een eventuele
meting verricht is.
Deze regels zijn na elke werpronde ook van toepassing op het uitwerpen van het but, dat wil
zeggen 1
minuut voor de drie worpen.
Een speler die zich niet aan deze speeltijd houdt, riskeert de sancties genoemd in artikel 34.
Artikel 21 Verplaatste boules
Als een stilliggende boule door bijvoorbeeld de wind of de helling van het terrein verplaatst
wordt, wordt
hij teruggelegd op zijn oorspronkelijke plaats. Dit gebeurt ook als de boule per
ongeluk verplaatst wordt
door toedoen van een speler, de scheidsrechter, een toeschouwer,
een dier of enig bewegend voorwerp.
Om onenigheid te voorkomen moeten spelers de plaats van de boules markeren. Protesten
met
betrekking tot niet–gemarkeerde boules worden niet in overweging genomen; de
scheidsrechter zal zich
louter baseren op de feitelijke ligging van de boules op het terrein.
Als echter een boule wordt verplaatst als gevolg van een in deze partij geworpen boule, blijft
hij wel
geldig.
Wat moet ik doen als bij het meten tijdens de werpronde de boule wordt
verplaatst?
In de eerste alinea van artikel 21 staat duidelijk beschreven wat er met een
verplaatste boule moet
gebeuren: deze wordt altijd teruggelegd. Waar precies is
een kwestie van overleg tussen de equipes.
Dit wordt vergemakkelijkt als de plaats
van de boules was gemarkeerd (2e alinea), maar ook als niet
was gemarkeerd
wordt teruggelegd.
Overigens is terugleggen, zelfs als er was gemarkeerd, niet altijd even eenvoudig.
Als het om
millimeters gaat is een markering meestal niet precies genoeg. In het
geval van een bij het meten
bewogen boule of but is men dan ook vaak afhankelijk
van de sportiviteit van de tegenstander.
Indien een boule bij een meting wordt bewogen is er sprake van een bijzondere
situatie. Er was
namelijk nog geen overeenstemming over de „waarde” van de
Internationaal Spelreglement Petanque Plus Pagina 26- 34 Versie 2.4 april 2016
boule (beter of slechter dan een boule
van de tegenstander). Artikel 27 bepaalt bij
het vaststellen van de punten aan het einde van de
werpronde dat de boule van
degene die de meetfout heeft gemaakt per definitie slechter ligt dan de
andere te
meten of gemeten boule, ongeacht de werkelijke ligging voorafgaand aan het
bewegen. Als
de werpronde nog niet is afgelopen, is het naar analogie daarvan aan
te bevelen de boule terug te
leggen in een zodanige positie dat deze inderdaad nét
niet op punt ligt ten opzichte van de andere
gemeten boule.
Wat voor gevolgen dit heeft met betrekking tot het spelverloop is bij het
terugleggen nog niet van
belang. Dit wordt dan ook niet hier geregeld, maar in
artikel 15. Als het er bij de meting om gaat te
bepalen wie er als 2e of 3e ligt, is
de situatie immers volstrekt anders dan wanneer gemeten moet
worden wie op
punt ligt.
Artikel 22 Werpen van andermans boules
Een speler die met een boule van een ander speelt, krijgt een officiële waarschuwing. De
geworpen boule
blijft niettemin geldig, maar wordt, indien nodig na meting, onmiddellijk
vervangen.
Ingeval van herhaling in de loop van de partij wordt de boule van de speler die de fout maakte
ongeldig
verklaard, en alles wat als gevolg daarvan is verplaatst, wordt op zijn oorspronkelijke
plaats teruggelegd.
Artikel 23 Onreglementair gespeelde boules
Een boule die in strijd met de regels wordt geworpen is ongeldig en alles wat als gevolg
daarvan is
verplaatst, wordt op zijn oorspronkelijke plaats teruggelegd, mits deze was
gemarkeerd.
De tegenstander mag echter de voordeelregel toepassen en de worp alsnog geldig verklaren.
De
geworpen boule blijft dan geldig, en alles wat als gevolg van de worp is verplaatst, blijft
op zijn nieuwe
plaats liggen.
Wat is de regel als één van equipes voor zijn beurt gooit?
In artikel 15 staat een van de basisprincipes van het spel. Kort samengevat: Als
de eerste boule is
gespeeld, is de andere equipe aan de beurt om te spelen.
Uitgangspunt is dat vervolgens telkens de
equipe die niet op punt ligt aan beurt
is om te spelen. Wat nu als het equipe dat als beste ligt de
volgende boule speelt,
terwijl de tegenstander nog boules heeft?
Nergens staat in de spelregels uitdrukkelijk wat de consequentie hiervan is. Maar,
als het werpen van
een boule, zoals in dit geval, ingaat tegen het basisprincipe
van het spel, kan er alleen maar sprake
zijn van een onreglementair gespeelde
boule.
In artikel 23 is vervolgens bepaald dat een onreglementair gespeelde boule
ongeldig is en dat alles
wat als gevolg daarvan is verplaatst - in principe - op zijn
oorspronkelijke plek dient te worden
teruggelegd. De tegenstander heeft
daarnaast de mogelijkheid om de "voordeelregel" toe te passen.
Dan wordt de
onreglementair geworpen boule is geldig en alles wat als gevolg van de worp is
verplaatst behoudt zijn nieuwe positie.
Internationaal Spelreglement Petanque Plus Pagina 27- 34 Versie 2.4 april 2016
Wanneer beide equipes nog boules te spelen hebben moet de equipe die gaat
gooien dus zeker
weten dat hij aan de beurt is. Mocht een van de equipes daaraan
twijfelen dan moet eventueel
nagemeten worden.
In artikel 34 is bepaald welke sancties er kunnen staan op het niet naleven van de
spelregels.
Nu kan het natuurlijk zo zijn dat beide equipes zich hebben vergist in de situatie;
zonder te twijfelen,
maar ook zonder te meten, gooide de verkeerde equipe. Het
in deze situatie toepassen van artikel 23
is volgens de regels, maar heeft wellicht
iets onredelijks. Toch is het de enige optie.
Wat als iemand expres doet alsof hij geen boules meer heeft, of alsof hij
op punt ligt?
Een speler mag zijn boule pas gooien nadat deze zichzelf ervan overtuigd heeft
dat de tegenpartij niet aan de beurt is om te gooien, dus ofwel op punt ligt, ofwel
geen boules meer heeft. Als iemand zijn boule desondanks toch werpt, is deze
boule ongeldig en moet worden verwijderd. De verantwoordelijkheid voor het al
dan niet spelen is hier erg belangrijk.
De tegenpartij heeft de sportieve plicht om, als het erop lijkt dat de andere partij
onterecht een boule wil gaan gooien, dit kenbaar te maken. Als zij dit (bewust of
onbewust) nalaat, is zij in overtreding, maar opzet is (helaas) zelden aan te tonen.
Als de scheidsrechter hier echter, in de loop van het toernooi of de partij, een
patroon ontwaart, kan deze hier, naar eigen inzicht, wel degelijk tegen optreden.
Wat moet je doen als er méér dan één boule ten onrechte is geworpen?
Bijvoorbeeld: een equipe speelt drie boules op rij terwijl zij niet aan de beurt was.
Mogen die dan alle drie uit het spel worden gehaald?
De reglementencommissie is van mening dat dit niet het geval is. Hoewel artikel
18 het in de laatste alinea heeft over de tegenstander die een boule moet spelen
om de voorgaande boule geldig te doen zijn, is de reglementencommissie van
mening dat het niet ingrijpen de andere equipe medeschuldig maakt. Het is
rechtvaardig om slechts de laatste onreglementaire boule uit het spel te halen en
de overige als geldig te beschouwen. Door niet te protesteren heeft de
tegenstander immers impliciet de voordeelregel toegepast.
Dit antwoord is helaas niet absoluut. Om een geworpen boule überhaupt af te
kunnen keuren moet je daartoe namelijk wel de kans krijgen. Als die kans niet
wordt geboden, doordat een speler zijn boules snel achtereen speelt, kunnen diens
eerdere boules alsnog worden afgekeurd, dit eventueel ter beoordeling van de
scheidsrechter, die hierbij uiteraard de sportiviteit sterk zal laten meewegen.
Overigens gold tussen april 2009 en januari 2011 (in de edities april 2009 en mei
2010 van het internationaal spelreglement petanque) een andere regel. Toen
luidde artikel 23:
Artikel 23 Boules gespeeld vanuit de verkeerde werpcirkel
Een boule die wordt geworpen van buiten de cirkel van waaruit het but
is uitgeworpen is ongeldig en alles wat als gevolg daarvan is verplaatst,
wordt op zijn oorspronkelijke plaats teruggelegd, mits deze was
gemarkeerd.
Internationaal Spelreglement Petanque Plus Pagina 28- 34 Versie 2.4 april 2016
De tegenstander mag echter de voordeelregel toepassen en de worp
alsnog geldig verklaren. De geworpen boule blijft dan geldig, en alles
wat als gevolg van de worp is verplaatst, blijft op zijn nieuwe plaats
liggen.
De reikwijdte van artikel 23 was toen dus kleiner. Dit leidde tot veel verwarring,
omdat er voor (bijvoorbeeld) boules die te vroeg werden geworpen geen spelregel
meer bestond. Het Congrès van de Fédération Internationale de Pétanque et Jeu
Provençal (FIPJP) heeft, na klachten vanuit verschillende nationale bonden, in
oktober 2010 aan deze verwarring een einde gemaakt door de regel van vóór 2009
weer in ere te herstellen.
PUNTEN EN METINGEN
Artikel 24 Tijdelijk wegnemen van boules
Om te kunnen meten is het toegestaan boules en obstakels tussen het but en de te meten
boules tijdelijk weg te nemen, na hun plaats te hebben gemarkeerd. Na het meten worden
de boules en obstakels op hun plaats teruggelegd. Als de obstakels niet kunnen worden
weggenomen, wordt met behulp van een passer gemeten.
Artikel 25 Metingen
Een meting wordt verricht door de equipe die de laatste boule heeft geworpen. De
tegenstander heeft
altijd het recht na te meten. Ongeacht de ligging van de te meten boules
en het moment in de werpronde
kan de scheidsrechter worden geraadpleegd; tegen diens
beslissing is geen beroep mogelijk.
Metingen worden verricht met een geschikt instrument, waarover beide equipes dienen te
beschikken. In
het bijzonder is het niet toegestaan met de voeten te meten. Een speler die
zich niet aan deze regel
houdt, riskeert de sancties genoemd in artikel 34.
Artikel 26 Voortijdig opgeraapte boules
Het is de spelers verboden gespeelde boules op te rapen voor het einde van de werpronde.
Een boule die aan het einde van een werpronde wordt opgeraapt vóór het aantal punten
is overeengekomen, is ongeldig. Hiertegen kan niet worden geprotesteerd.
Als de laatste boule is gespeeld, raapt de tegenstander een van onze
boules, die nota bene op
punt ligt, op! Krijgen we dat punt nog?
Nee, helaas niet.
Dit artikel lijkt duidelijk: Een boule die voor het einde van een werpronde (dat wil
zeggen voordat de
punten zijn vastgesteld) wordt opgeraapt is ongeldig.
Voorop staat dat men vóór het einde van een werpronde (totdat de punten zijn
vastgesteld) geen
enkele boule opraapt, tenzij onderling afgesproken. Dat kan
bijvoorbeeld zijn omdat een punt is
vastgesteld en er ruimte gemaakt wordt om
de ligging van de andere boules beter te kunnen
beoordelen of om te kunnen
meten. Soms ook tijdens het spel omdat een boule te ver uit de richting ligt en een
ander spel hindert. De ligging van de betreffende boule wordt dan natuurlijk wel
gemarkeerd.
Internationaal Spelreglement Petanque Plus Pagina 29- 34 Versie 2.4 april 2016
Het doet er voor deze regel niet toe of de opgeraapte boule een boule is van de
eigen partij of van een tegenstander. Aangenomen dat het oprapen van een boule
van de tegenstander per ongeluk is gebeurd en dat de betreffende boule onbetwist
op punt lag, kunnen partijen niettemin overeenkomen de boule terug te leggen en
/ of het punt te tellen. Bij het oprapen van een eigen boule waarover nog geen
overeenstemming bestaat gaat dat niet op. Die boule is per definitie ongeldig.
Als een boule aantoonbaar wordt opgeraapt met het doel er voordeel mee te
behalen, is een heel andere regel van toepassing namelijk die van artikel 37 –
Onsportief gedrag.
Het is verstandig er altijd de scheidsrechter bij te betrekken. Het oprapen van
een
boule voor het einde van een werpronde zonder dat daar overeenstemming over is,
is altijd in strijd met de regels. De scheidsrechter kan
eventueel een sanctie
opleggen genoemd in artikel 34 zoals een waarschuwing of het ongeldig verklaren
van een nog te werpen boule. Hij of zij zal zich daartoe evenwel moeten beperken
en kan dus nooit
alsnog een punt toekennen.
Het roepen van de scheidsrechter heeft daarnaast nog wel een ander doel. Als er
later op de dag wéér
iets gebeurt waarbij deze equipe betrokken is, heeft hij of
zij een handvat om tot een zwaardere
sanctie over te gaan, zelfs als geen opzet
bewezen kan worden.
Onze tegenstander raapt zijn boules op. Pas dan komt hij erachter dat zijn
medespeler nog een boule heeft. Mogen of moeten de opgeraapte boules
worden teruggelegd? Ze lagen voor zijn medespeler in de weg tussen
cirkel en but.
Deze vraag werd gesteld door een speler. De hele vraag luidde:
Onze boules zijn op. De tegenstander heeft nog één boule en gaat de situatie
rond het but bekijken. Zijn maat heeft niet opgelet en denkt dat hij de punten
gaat tellen. Hij raapt alvast zijn boules op, die tussen de cirkel en het but “in de
weg” lagen (en niet op punt). Pas dan komt hij erachter dat zijn maat nog een
boule heeft. Mogen of moeten de boules worden teruggelegd?
Deze vraag is vergelijkbaar met de vorige vraag, maar daar is sprake van het
oprapen van andermans boules. In beide gevallen is sprake van een situatie die
wordt beschreven in artikel 26 van het internationaal spelreglement petanque
(ISP):
Artikel 26 Voortijdig opgeraapte boules
Het is de spelers verboden gespeelde boules op te rapen voor het einde
van de werpronde. Een boule die aan het einde van een werpronde
wordt opgeraapt vóór het aantal punten is overeengekomen, is
ongeldig. Hiertegen kan niet worden geprotesteerd.
Het voelt misschien onrechtvaardig aan dat boules ongeldig worden. Door ze niet
terug te leggen wordt het immers gemakkelijker om de laatste boule te plaatsen,
nu er niks meer in de weg ligt. Toch is de regel duidelijk: de boule is ongeldig (en
mag dus niet worden teruggelegd).
Ook hier luidt het advies van de reglementencommissie om altijd de scheidsrechter
erbij te roepen. Hij kan de situatie beoordelen en de maatregelen nemen die hij
nodig acht. Hierbij zal hij zeker laten meewegen of hij van mening is of de actie
van uw tegenstander al dan niet opzettelijk was, en of uw tegenstander al eerder
Internationaal Spelreglement Petanque Plus Pagina 30- 34 Versie 2.4 april 2016
problemen heeft veroorzaakt. Een eventuele sanctie kan variëren van een
waarschuwing tot bijvoorbeeld het ongeldig verklaren van één of zelfs twee nog
te spelen boules. Met die laatste maatregel zou het hele geschetste probleem zijn
opgelost.
Een equipe zegt dat zij „het punt neemt”. Dat blijkt echter onterecht: ze
ligt niet op punt. Mag
de equipe haar laatste boule(s) alsnog spelen?
Tijdens een speelronde denkt equipe A op punt te liggen, terwijl equipe B geen
boules meer te spelen
heeft. Equipe A zegt: “Wij nemen het punt.” Vervolgens
blijkt echter dat equipe B op punt ligt, waarna
equipe A alsnog haar laatste boule(s)
wil spelen. Equipe B protesteert en zegt dat het spelen van de
laatste boule(s) niet
meer mag, want equipe A heeft immers gezegd het punt te nemen, en heeft
daarmee afgezien van het recht om de laatste boule(s) te spelen.
Equipe B heeft gelijk.
In het Internationaal Spelreglement Petanque staat er niets over vermeld. In feite
moeten altijd alle
boules worden gespeeld. Om te voorkomen dat een equipe een
voor haar voordelige situatie in een
moeilijke ligging zou bederven, zal zij de
resterende boule(s) normaal gesproken ver van de
“gevarenzone” plaatsen. Dit
wordt als zinloos tijdverlies beschouwd en mondt uit in “we nemen het
punt". In
feite zeg je daarmee “beschouw al mijn boule(s) als geworpen: Laten we de
eindstand
opmaken”. Je geeft op dat moment zelf het recht om je laatste boule(s)
te spelen uit handen. Naar
analogie van de regel dat je eenmaal geworpen boules
niet opnieuw mag werpen (behoudens een
enkele uitzondering waar de regels dat
toestaan) moeten we nu ook de uitspraak “wij nemen het
punt” ofwel “beschouw
al mijn boules als geworpen” als onherroepelijk beschouwen. Ook je virtueel
geworpen boules mag je niet meer oprapen.
Hierbij moeten we opmerken, dat het wel buitengewoon onhandig is om “een punt
te nemen” dat je
niet blijkt te hebben. Een equipe mag zich daarbij nooit beroepen
op een uitspraak van de
tegenstander. Zij doet er dus verstandig aan altijd eerst
door eigen waarneming vast te stellen of zij
wel echt op punt ligt. Desnoods, als
de situatie niet volstrekt duidelijk is, dat met een eigen meting
vast te stellen dan
wel door een meting van de scheidsrechter.
Ik ben vergeten het scorebord bij te werken na een werpronde. Mag dit
na de volgende ronde
nog?
Tijdens een werpronde heeft equipe A drie punten gescoord. Beide equipes zijn aan
het einde van de
werpronde overeengekomen. Equipe A laat echter na om de
behaalde punten op het scorebord te
noteren. In de volgende werpronde behaalt
equipe B een punt en noteert dat op het scorebord. Als
een speler van equipe A
de vorige stand op het scorebord wil bijwerken, merkt equipe B op dat dit
niet meer
mag: de volgende werpronde is immers al gespeeld en de stand overeengekomen.
Dat is onjuist. Equipe A mag wel degelijk de score bijwerken en de drie punten
„schrijven".
Reglementair behaalde punten kunnen niet verloren gaan omdat de
registratie niet correct verlopen
is.
In het ISP zijn geen regels opgenomen over de wijze waarop de scores dienen te
worden
bijgehouden. Vaak kunnen de equipes gebruik maken van scoreborden of
van andere hulpmiddelen,
zoals een handteller. Die hebben vanzelfsprekend geen
enkele invloed op het wedstrijdverloop. Het „verbod" dat equipe B uitspreekt is dus
Internationaal Spelreglement Petanque Plus Pagina 31- 34 Versie 2.4 april 2016
onterecht. Equipe B zou equipe A juist moeten waarschuwen
als deze de stand
vergeet bij te werken. Dat is niet alleen sportief, maar ook verstandig, omdat het
latere problemen voorkomt.
Het roepen van de scheidsrechter heeft overigens nog een ander doel. Als er later
op de dag wéér iets gebeurt waarbij deze equipe betrokken is, heeft de
scheidsrechter een handvat om tot een zwaardere sanctie uit artikel 34 over te
gaan, zelfs als wéér niets bewezen kan worden. Hier hangt veel af van hoe de
scheidsrechter de situatie beoordeelt.
Artikel 27 Bij meting verplaatsen van boules of but
Het te meten punt gaat verloren voor een equipe waarvan een speler tijdens een meting het
but of een
van de betwiste boules verplaatst.
Als de scheidsrechter tijdens een meting het but of een boule beweegt of verplaatst, doet hij
in alle
rechtvaardigheid een uitspraak.
Artikel 28 Boules op gelijke afstand
Als de twee het dichtst bij het but liggende boules even ver van het but liggen en aan
verschillende equipes toebehoren, kunnen zich de volgende drie gevallen voordoen:
1.
geen van beide equipes heeft nog boules te spelen: de werpronde eindigt onbeslist en
het but wordt
uitgeworpen door een speler van de equipe die in de onbesliste werpronde
als eerste het but mocht
uitwerpen;
2.
slechts één equipe heeft nog boules te spelen: die equipe werpt deze boules en behaalt
zoveel
punten als zij uiteindelijk boules dichter bij het but heeft liggen dan de
dichtstbijzijnde boule van de
tegenstander; en
3.
beide equipes hebben nog boules te spelen: de equipe die het laatst heeft geworpen,
werpt
nogmaals een boule, dan de tegenstander, en vervolgens om beurten, totdat één
equipe op punt ligt;
als slechts één equipe nog boules te spelen heeft zijn de regels van
punt 2 van toepassing.
Als er aan het einde van een werpronde geen boules op toegestaan terrein liggen, eindigt de
werpronde
onbeslist.
Artikel 29 Reinigen van but of boules
Vóór meting moeten de betrokken boules en het but worden ontdaan van al wat er aan kleeft.
DISCIPLINE
Artikel 30 Protesten
Een protest dient te worden ingediend bij de scheidsrechter. Indien het na het vaststellen van
de uitslag
van een partij wordt ingediend, wordt het niet in overweging genomen.
Een equipe is verantwoordelijk voor het toezicht op de tegenstander, onder andere met
betrekking tot
licenties, spelerscategorie, terrein en boules.
Internationaal Spelreglement Petanque Plus Pagina 32- 34 Versie 2.4 april 2016
Artikel 31 Afwezigheid van spelers
Bij de loting voor het wedstrijdschema en de bekendmaking van het resultaat van deze loting
moeten de
spelers bij de wedstrijdtafel aanwezig zijn. Als een equipe een kwartier na de
bekendmaking nog niet op
het terrein aanwezig is, wordt zij bestraft met één punt, dat aan
de tegenstander wordt toegekend. Bij
partijen op tijd wordt deze termijn verkort tot 5
minuten.
Voor iedere vijf minuten afwezigheid daarna wordt opnieuw een punt toegekend aan de
tegenstander.
Dezelfde sanctie wordt tijdens het toernooi opgelegd na elke loting en bij
hervatting van de partijen na
enige onderbreking.
Een equipe die één uur na het begin van het toernooi, of de hervatting van de partijen na een
onderbreking, nog niet op het terrein is verschenen wordt uitgesloten van het toernooi.
Een onvolledige equipe mag aan de partij beginnen zonder op een afwezige speler te wachten,
maar
speelt zonder zijn boules.
Spelers mogen zich niet van een partij verwijderen of het speelterrein verlaten zonder
toestemming van
de scheidsrechter. Bij partijen die op tijd worden gespeeld moet een speler
die wil vertrekken eerst zijn
boules in de lopende werpronde gespeeld hebben. Als de
toestemming niet is gegeven, zijn de
bepalingen in dit artikel en in artikel 32 van
overeenkomstige toepassing.
Artikel 32 Te laat komen
Als de afwezige speler na het begin van een werpronde verschijnt, mag hij niet meer aan deze
werpronde
deelnemen. Pas in de volgende werpronde kan hij aan de partij meedoen.
Als de afwezige speler meer dan een uur na het begin van een partij verschijnt, mag hij daar
niet meer
aan meedoen.
Als de onvolledige equipe deze partij wint, mag hij wel aan de eventuele volgende partij(en)
meedoen,
mits de equipe mede op zijn naam is ingeschreven.
Als het toernooi in poules wordt gespeeld, mag hij, ongeacht het resultaat van deze partij, aan
de
eventuele volgende partij(en) deelnemen.
Een werpronde wordt geacht te zijn begonnen zodra het but geldig is uitgeworpen.
Artikel 33 Vervangers
Het inzetten van een vervanger in een doublette of van een of twee vervangers in een triplette
is slechts
toegestaan tot het officiële startsein van het toernooi (mondeling, door middel van
een fluitje, een
startschot, enz.), tenzij de vervanger reeds als behorend tot een andere
equipe voor het toernooi was
ingeschreven.
Artikel 34 Sancties
Spelers die zich niet houden aan de spelregels, riskeren de volgende sancties:
1.
officiële waarschuwing,
2.
ongeldigverklaring van de geworpen of een te werpen boule,
3.
ongeldigverklaring van de geworpen of een te werpen boule, én de daaropvolgende
boule,
Internationaal Spelreglement Petanque Plus Pagina 33- 34 Versie 2.4 april 2016
4.
uitsluiting van de schuldige speler gedurende de rest van de partij,
5.
diskwalificatie van de equipe die de fout maakt, en
6.
diskwalificatie van beide equipes indien zij elkaars foutieve gedrag door de vingers zien.
Artikel 35 Slechte weersomstandigheden
Bij regen wordt een begonnen werpronde afgemaakt, tenzij de scheidsrechter anders
beslist. De scheidsrechter is, na overleg met de jury, als enige bevoegd ingeval van
overmacht een werpronde te onderbreken of ongeldig te verklaren.
Artikel 36 Voortgang van het toernooi
Als bepaalde partijen bij de afkondiging van een nieuwe fase van het toernooi nog niet
afgelopen zijn, kan de scheidsrechter, na raadpleging van de wedstrijdleiding, alle
maatregelen en beslissingen nemen die hij nodig acht voor een vlot verloop van het
toernooi.
Artikel 37 Onsportief gedrag
Een equipe die in een partij blijk geeft van onsportiviteit of van gebrek aan respect voor
het publiek, de officials of de scheidsrechters, wordt uit het toernooi genomen. Deze
diskwalificatie kan leiden tot nietigverklaring van eventueel behaalde resultaten, en tot het
opleggen van de sancties als bepaald in
artikel 38.
Artikel 38 Wangedrag
Een speler die schuldig wordt bevonden aan wangedrag of die zich van geweld bedient jegens
een
official, een scheidsrechter, een andere speler of een toeschouwer, riskeert een of meer
van de volgende
sancties, afhankelijk van de ernst van de overtreding:
1.
diskwalificatie;
2.
intrekking van zijn licentie; en
3.
verbeurdverklaring of teruggave van prijzen en beloningen.
Een sanctie die wordt opgelegd aan een schuldig bevonden speler, kan ook worden opgelegd
aan zijn
medespelers.
Sanctie 1 wordt opgelegd door de scheidsrechter.
Sanctie 2 wordt opgelegd door de jury.
Sanctie 3 wordt toegepast door de wedstrijdleiding, die de vervallen prijzen en beloningen,
vergezeld van
een verslag, binnen 48 uur aan de bond stuurt, die over de bestemming ervan
beslist.
In alle gevallen ligt de uiteindelijke beslissing bij de commissie tuchtrechtspraak van de bond.
Spelers dienen correct gekleed te zijn. Spelers die zich niet houden aan deze regel kunnen, na
een
officiële waarschuwing van de scheidsrechter, worden gediskwalificeerd.
Internationaal Spelreglement Petanque Plus Pagina 34- 34 Versie 2.4 april 2016
Artikel 39 Scheidsrechters
Scheidsrechters die zijn aangewezen om een toernooi te leiden, moeten toezien op de strikte
toepassing
van het spelreglement en de administratieve regelingen die het completeren. Zij
kunnen spelers of
equipes diskwalificeren die weigeren zich bij hun beslissingen neer te
leggen.
De scheidsrechter rapporteert toeschouwers die een licentie bezitten of door de bond
geschorst zijn, en
die door hun gedrag incidenten op het terrein veroorzaken, aan de bond.
Deze maakt een tuchtzaak
tegen betrokkenen aanhangig bij de commissie tuchtrechtspraak,
die over de schuldvraag beslist en op te
leggen straffen vaststelt.
Mag een scheidsrechter spelers midden in een werpronde aanspreken?
Ja.
Deze vraag werd gesteld naar aanleiding van een speler die speelde met gemerkte
boules (er was
een rode streep op zijn boules aangebracht). Met name in een
dergelijk geval (spelen met
ondeugdelijk materiaal) dient de scheidsrechter zo
snel mogelijk in te grijpen, dus eventueel midden
in een werpronde.
In andere gevallen beveelt de reglementencommissie wat meer terughoudendheid
aan, en verdient
het de voorkeur te wachten tot de werpronde is afgelopen, maar
de scheidsrechter had hier dus
volkomen gelijk.
In alle gevallen echter is een en ander geheel ter beoordeling van de scheidsrechter
zelf: hij is de
enige die de urgentie van een interventie kan bepalen.
Mijn tegenstander staat regelmatig niet in de cirkel. Nu geeft de
scheidsrechter ons allebei een
waarschuwing. Volgens hem had ik mijn
tegenstander erop aan moeten spreken. Is dat zo?
Ja, dat is juist!
De tweede alinea van artikel 30 bepaalt dat een equipe verantwoordelijk is voor
het toezicht op de
tegenstander. Als u dat niet of onvoldoende doet riskeert u
sancties overeenkomstig artikel 34. Dat
kan zelfs één van de meest vergaande
sancties zijn (artikel 34 lid 6).
Vanzelfsprekend zal de scheidsrechter in eerste aanleg altijd waarschuwen.
Artikel 40 Jury
Gevallen waarin dit reglement niet voorziet, worden voorgelegd aan de scheidsrechter die ze
kan doorverwijzen naar de jury van het toernooi. Tegen beslissingen van de jury als bedoeld
in deze alinea, is geen beroep mogelijk. Een jury bestaat uit tenminste drie en ten hoogste
vijf leden. Als de stemmen staken, is de stem van de voorzitter van de jury doorslaggevend.
GELDIGHEID
Het huidige Internationaal Spelreglement Petanque is goedgekeurd door het congres van de
Fédération Internationale de Pétanque et Jeu Provençal op 7 oktober 2010 te Izmir (Turkije).
Deze Nederlandse vertaling (8ste druk maart 2013) is vastgesteld door de
reglementencommissie van de NJBB en is met ingang van 1 januari 2011 van toepassing bij
alle onder auspiciën van de NJBB te houden toernooien.