Internationaal Spelreglement Petanque Plus Pagina 23- 34 Versie 2.4 april 2016
terrein te
oefenen. Uitgangspunt van artikel 16 is echter wel dat een speler die een
boule gaat werpen niet mag
worden afgeleid. Het zou dan raar zijn dit wel van
toeschouwers en medespelers te verlangen en niet
van deelnemers aan een
toernooi die op dat moment niet met een partij bezig zijn. Van deze
personen mag
in ieder geval worden verlangd dat zij rekening houden met de lopende partij.
Wanneer men wil oefenen, doe dit dan zodanig dat anderen daar geen last van
hebben. Oefenen
heeft immers vaak een heel ander ritme dan het spelen van een
partij.
Natuurlijk kan de organisator van een toernooi, de wedstrijdleider of de
scheidsrechter altijd
verordonneren dat het oefenen van tireren niet mag, of op
een ander aangewezen terrein of
speelveld moet gebeuren, dit komt vaak de sfeer
ten goede.
Wanneer een speler zich tijdens een partij gehinderd voelt door het oefenen op een
naastgelegen
terrein, zou die kunnen beginnen met de tireur gewoon netjes te
vragen ermee op te houden. Vaak
heeft deze niet in de gaten dat iemand anders
er last van heeft en houdt hij er direct mee op. Niet op
grond van een regel, maar
uit respect voor degenen die nog aan het spelen zijn. En als zo iemand er
dan toch
mee doorgaat, dán zou men de scheidsrechter kunnen roepen. Deze mag de tireur
verplichten ermee op te houden, als hij ook vindt dat het erg hinderlijk is. Maar
niet omdat het
verboden zou zijn!
Artikel 18 Ongeldig geworden boules
Een boule is ongeldig zodra hij op niet–toegestaan terrein terechtkomt. Een boule op de uitlijn
is geldig.
De boule is pas ongeldig als hij de uitlijn geheel is gepasseerd, dat wil zeggen als
hij, recht van boven
bezien, geheel voorbij de uitlijn ligt. Dit geldt evenzo als bij afgebakende
terreinen de boule een
onmiddellijk naastgelegen terrein geheel heeft overschreden.
Als de boule vervolgens op het terrein terugkomt, hetzij vanwege de helling van het terrein,
hetzij na
contact met een bewegend of stilstaand voorwerp, wordt hij meteen uit het spel
genomen, en alles wat hij
na het overschrijden van de uitlijn heeft verplaatst wordt op zijn
oorspronkelijke plaats teruggelegd.
Een ongeldige boule moet meteen worden opgeraapt en voor de betreffende werpronde uit het
spel
worden genomen. Als dat niet gebeurt, wordt hij automatisch geldig zodra de tegenpartij
een boule
gespeeld heeft.
Een boule komt terug van niet-toegestaan terrein. Hoe gaan we hier mee
om?
Het lijkt alsof er in de derde alinea van artikel 18 een tegenspraak staat.
Stel: er wordt getireerd, de boule komt tegen de achterbalk, en komt vervolgens
terug het veld in. De
boule moet nu meteen worden opgeraapt en uit het spel
worden genomen. Niettemin is het blijkens
de daaropvolgende zin mogelijk dat
hij niet uit het spel wordt genomen.
De reglementencommissie interpreteert artikel 18 als volgt:
Meteen betekent ook meteen. Als de ongeldige boule zou blijven liggen vormt deze
een obstakel in
het veld dat weer van invloed kan zijn op het resultaat van de
volgende worp. Niemand kan dus
claimen dat de boule nog wel even mag blijven
liggen. De tireur kan wel een voorkeur hebben, maar
heeft absoluut geen recht!