5. Afhankelijk van de worp die je wilt doen, ga je een donnée zoeken. Dit is de plek
waar jij de boule op de grond wilt laten komen, waarna de boule uit kan rollen
naar de but. En als je een goede boule gegooid hebt: ONTHOUD DAN JE
DONNEE! Vraag een medespeler om te kijken waar je donnée is geweest. Bij
een volgende worp kan je dan het gat van je donnée dichtmaken voordat je
opnieuw gaat gooien.
Extra tips:
1. Leer jezelf, door te oefenen, wat je beste worp is; wat je makkelijkste worp is,
waar je dus altijd op terug kan vallen. Dus vlakke boule, half hoge boule of
portée.
2. Doe hetzelfde met de afstanden. Welke afstand is voor jou het makkelijkst? Op
welke afstand leg je de boule zo naast en/of vlakbij de but? Als pointeur mag jij
de eerste boule gooien. En iedereen wil meteen een eerste goede boule!
3. De combinatie van 1 en 2 wordt jouw beste worp!
4. Ga met je medespelers naast en achter het but staan. Zo kan je zien hoe je
tegenstanders gooien. Sta wel stil; en wees stil als je tegenstander gooit.
5. Voor de nieuwelingen die alles nog willen en moeten leren: luister goed naar je
medespelers; kijk goed naar je medespelers én tegenstanders. En weet goed dat
bijna alle boulers zeer eigenwijs zijn en denken dat zij het wel het beste weten.
Wik en weeg wat je hoort en ziet! Doe er je voordeel mee! En doe vooral wat je
kunt!
6. Tijdens een partij: consequent herhalen van je basistechniek; consequent naar je
donnée lopen; het gat dichtmaken. En weten welke boule je wilt gooien.
Enkele eenvoudige tips welke je kunt gebruiken in je techniek bij het
gooien van een boule.
1. Zorg dat je boule los in je hand ligt. Je duim tegen het tweede kootje van je
wijsvinger. Zo heb je een mooie kom waarin je boule kan rusten.
2. Oefen thuis een zwaai met de boule in je handen; rustig naar achteren en dan
naar voren. Let op dat de hele beweging in soepelheid gaat.
3. Sta met je voeten op “klokstand 11.50 uur”. Re handigen staan met hun re
voet naar voren( op de twaalf), li handigen hun li voet op de twaalf.
4. Verdeel je gewicht over beide benen; verdeel je gewicht over je hele voet; Zet
je knieën niet op slot.